All posts in "Geschiedenis"

19 mei, Gençlik ve Spor Bayramı

19 mei, Gençlik ve Spor Bayramı

In Turkije wordt ieder jaar op 19 mei de ‘Jeugd- en Sportdag’ gevierd: Gençlik ve spor Bayramı. Op deze dag wordt herdacht dat Mustafa Kemal Atatürk op 19 mei 1919 vanuit Samsun de onafhankelijkheidsoorlog begon. Sinds 1981 wordt 19 mei ook als de geboortedag van Atatürk gevierd.

VOORGESCHIEDENIS

Op 1 augustus 1914 sloot Duitsland een verbond met het Ottomaanse Rijk waarna op 2 augustus de Eerste Wereldoorlog uitbrak. De Ottomanen vochten – samen met Hongarije en Oostenrijk –  aan de zijde van de Duitsers. Na het verlies van deze oorlog kwam het Ottomaanse Rijk middels het Verdrag van Sèvres onder gezag van de overwinnaars te staan. Het Turkse leger werd ontwapend en hoewel Sultan Vahelettin zijn titel behield, werd hij een marionet van de buitenlandse overheersers.

Samsun was als grootste havenstad aan de Zwarte Zee een belangrijk strategisch punt. De Britten hadden het gezag over de streek gekregen en het ontwapende Turkse leger trok zich in de bergen terug. De Britten vonden deze situatie gevaarlijk en vroegen de sultan een ‘betrouwbaar officier’ (iemand die de Britten niet tegen zou werken) aan het hoofd van de Turkse divisie te stellen. De sultan koos voor Mustafa Kemal en op 16 mei voer deze met de ‘Bandırma Vapuru’ vanuit Istanbul naar Samsun waar hij drie dagen later aankwam. De sultan had zich echter vergist in de betrouwbaarheid van de officier die hij gekozen had: Mustafa Kemal zag de houding van Sultan Vahelettin als laf verraad en begon vanuit Samsun de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de buitenlandse bezetters en verdreef de sultan.
De Bandırma Vapuru
Krantenartikel, Atatürk is in Samsun

HOE HET VERDER GING

Mustafa Kemal won de onafhankelijkheidsoorlog en in juli 1923 werd het vredesverdrag van Lausanne ondertekend waardoor Turkije zijn huidige grenzen kreeg. Op 29 oktober 1923 riep Mustafa de Republiek Turkije uit. Hijzelf werd de eerste president en onder zijn leiding onderging het land enorme hervormingen.

In 1938 werd 19 mei als een officiële herdenkingsdag ingesteld.
Mustafa Kemal Atatürk realiseerde zich dat de toekomst van Turkije in handen lag van de jeugd. Hij droeg de verantwoordelijkheid voor de toekomst aan hen over met de volgende woorden: ‘Beste Turkse Jeugd! Jullie eerste taak is het om op te komen voor de onafhankelijke Turkse Republiek Turkije en deze te beschermen. Dit is de belangrijkste voorwaarde om te kunnen bestaan, zowel in het heden als in de toekomst.’
Ook was Mustafa Kemal ervan overtuigd dat een goede gezondheid belangrijk is om succesvol te kunnen zijn: ‘Voor zware mentale activiteit is een fysiek sterk lichaam nodig’ en sport was een goed middel om dit te bereiken en te behouden.

DE VIERING VAN GENÇLIK VE SPOR BAYRAMI

Zoals te verwachten, wordt de Jeugd- en Sportdag groots gevierd met allerlei sportactiviteiten in de stadions. Door het hele land worden sportdemonstraties gegeven en vinden er manifestaties en toernooien plaats. Ook worden er uitwisselingen en toernooien met buitenlandse sportclubs gehouden.

19 mei sportdemonstraties

Sultanaat van Rûm, de Seltsjoeken in Turkije

Vermoedelijk wapen van het sultanaat van Rûm

Het Sultanaat van Rûm






Het Sultanaat van Rûm – ook wel Anatolisch Seltsjoekenrijk genoemd – was een afsplitsing van het grote rijk van de Seltsjoeken. Het ontstond toen Süleyman Kutalmışoğlu zichzelf in 1081 uitriep tot Sultan van Rûm. Het sultanaat bleef bestaan tot 1307.

De naam Rûm

Constantinopel – het huidige Istanbul – was de hoofdstad van het Byzantijnse of Oost-Romeinse Rijk. Het werd ook wel het tweede Rome genoemd. Het grondgebied dat daar ten oosten van ligt, werd door nog oostelijker volkeren Rûm genoemd, Arabisch voor ‘Rome’. In het Turks is Rûm echter synoniem voor Griek. De benaming wordt vooral gebruikt voor de Grieken die op het huidige Turkse grondgebied leefden.

Tijdsbeeld, een korte impressie

In de tiende eeuw was de moslimwereld hopeloos verdeeld. Het grote Kalifaat van de Abbasiden was uit elkaar gevallen en er streden nu verschillende kleinere soennitische en sjiitische kalifaten om de macht. Zo had je de sjiitische Fatimiden, die in Noord-Afrika, Syrië en Egypte de overmacht hadden.
Daarnaast kampte ook het Byzantijnse Rijk met gezagsproblemen.
In deze tijd trokken verschillende takken van de Oğuzstam vanuit Centraal-Azië - het historische Turkestan - ten strijde in een poging de toen bekende wereld te veroveren. Tot één van die stammen behoorden de Seltsjoeken die in de elfde eeuw in hoog tempo grote delen van het Midden-Oosten veroverden en er een groot sultanaat vestigden.
De tweede sultan van de Seltsjoeken – met de bijnaam Alp Arslan, moedige leeuw – bekeerde zich tot de soennitische islam. Hij zag de Fatimiden als zijn grootste rivaal en om te voorkomen dat hij krachten verspilde met een strijd tegen de Byzantijnen, sloot hij met hen een vredesverdrag.

De slag bij Manzikert

De Byzantijnse keizer Romanus IV Diogenes hield zich echter niet aan het vredesverdrag en trok met een gigantisch leger naar het oosten van Anatolië om de Seltsjoeken in de rug aan te vallen. Ten noorden van het Van-meer, bij Mazikert – het huidige Malazgırt – kwam het op 26 augustus 1071 tot een treffen dat uitliep op een vernietigende nederlaag voor de keizer. Voor de eerste keer in de geschiedenis van het Oost-Romeinse Rijk werd een keizer gevangengenomen. Alp Arslan had echter nog altijd geen belang bij een oorlog met de Byzantijnen en sloot een alliantieverdrag met Romanus en liet hem vrij.
Toen Romanus in Constantinopel aankwam, waren de Byzantijnen niet blij met hem. Romanus was al niet populair vanwege zijn verkwistende levensstijl en de nederlaag bij Manzikert was de spreekwoordelijke druppel. Romanus werd afgezet, blind gemaakt en verbannen naar een eilandje in de Zee van Marmara waar hij niet lang daarna stierf aan het toegebrachte oogletsel.

Slag bij Manzikert

Een beroemde dialoog tussen Alp Arslan en Keizer Romanus:

Alp Arslan: ‘Wat zou u doen als ik voor u werd gebracht als gevangene?'
Romanos: ‘Ik zou u doden of aan het volk tonen in de straten van Constantinopel.’
Alp Arslan: ‘Mijn straf is veel zwaarder. Ik vergeef u en laat u vrij.’

De verovering van Anatolië

Hoewel niet zo gepland, luidde de slag bij Manzikert het begin van het einde van het Oost-Romeinse Rijk in. Toen met het afzetten van Romanus als keizer het alliantieverdrag niet meer geldig was, stuurde Alp Arslan manschappen op verkenningstocht naar het hart van Anatolië.
Deze manschappen ontmoetten weinig weerstand. Vanwege de onvrede over het Byzantijnse bewind verliep de verovering door de Seltsjoeken bijna vanzelf. Veel Byzantijnse krijgers liepen over naar de Seltsjoeken en de bevolking – die bestond uit een religieuze mengelmoes van moslims, Assyrische christenen, orthodoxe Grieken, Jakobieten en christelijke Armeniërs – omarmde de nieuwe heersers omdat dezen hen vrij lieten in hun religieuze en culturele tradities.

Het ontstaan van het Sultanaat van Rûm

In 1075 wist Süleyman Kutalmışoğlu de stad Nicea - het huidige Iznik - te veroveren. De stad ging vervolgens weer over in Byzantijnse handen, maar door slimme tactische zetten, kwam de stad in 1081 definitief in handen van Süleyman Kutalmışoğlu. Süleyman stichtte het onafhankelijke Sultanaat van Rûm, met Nicea als hoofdstad.
Zowel de Byzantijnen als de sultan van het grote Seltsjoekenrijk Malik Shah I, erkende Süleyman als Sultan van Rûm. Op die manier hoopte Malik Shah de opmars van de horden Oğuz Turken onder controle te houden opdat deze weg zouden blijven uit zijn eigen grote Seltsjoeken Rijk dat in Perzië heerste.
Süleyman veroverde vervolgens Smyrna (Izmir) en Antiochië (Antakya).

Kaart Sultanaat van Rûm

Problemen in het Sultanaat van Rûm

In 1086 werd Süleyman Kutalmışoğlu door de broer van Malik Shah vermoord. Bovendien werd de zoon van Süleyman – Kiliç Arslan – gevangengenomen. Abu'l-Qasim was door Süleyman als gouverneur van Nicea aangesteld toen Süleyman naar Antiochië trok om het te veroveren. Abu'l-Qasim zag zijn kans schoon en benoemde zichzelf tot opvolger van Süleyman. Hij werd echter alleen door Cappadocië en het noordoosten van Klein-Azië als sultan erkend. De overige gebieden voegden zich weer bij het Grote Seltsjoekenrijk van Malik Shah I of werden onafhankelijk.

De sultan is dood, leve de sultan!

In 1092 stierven zowel Sultan Abu'l-Qasim als Sultan Malik Shah I. Het grote Seltsjoekenrijk viel uiteen en hierdoor kwam Kiliç Arslan – die toen nog maar 13 jaar was! – weer vrij. Hij eiste onmiddellijk de gebieden die eerder van zijn vader geweest waren, op en wist ondanks zijn jeugdige leeftijd het sultanaat weer tot een stabiel rijk op te bouwen. 

De kruistochten

De Byzantijnen deden intussen nog steeds pogingen Nicea te veroveren, deze stad was belangrijk voor het christendom omdat hier voor het eerst de fundamenten van het christendom waren vastgelegd. Bovendien was het voor de Oost-Romeinen moeilijk te verteren dat het Sultanaat van Rûm steeds machtiger werd. Daarom vroegen zij de paus om hulp. In 1095 riep Paus Urbanus II op tot een kruistocht om Jeruzalem te bevrijden. Deze oproep leidde tot de Volkskruistocht of Boerenkruistocht waarbij grote groepen Europese boeren en burgers op pad gingen. De bekendste groepen waren die van Peter de Kluizenaar en Walter Sans-Avoir. Op 5 augustus 1096 bereikte het pelgrimsleger Constantinopel en in oktober arriveerden ze bij Nicea. De troepen van Kiliç Arslan lagen echter in hinderlaag en het pelgrimsleger werd compleet verslagen.

Peter de Kluizenaar roept op tot kruistocht

Peter de Kluizenaar roept op tot kruistocht

De Eerste Kruistocht

De Eerste Kruistocht was een veel beter georganiseerde kruistocht met deelneming van ridders en soldaten. Zij slaagden er in 1097 wel in Nicea te veroveren en ook Iconium (Konya) en Antiochië werden veroverd. Kiliç Arslan wist Iconium weer terug te winnen en maakte er zijn hoofdstad van. Antiochië en Nicea was hij echter wel kwijt.
Omdat de kruisvaarders Jeruzalem wilden bevrijdden en niet zozeer geïnteresseerd waren in Rûm, kon Kiliç Arslan zijn sultanaat weer stabiliseren.

De Tweede Kruistocht

De Tweede Kruistocht in 1101 was wél gericht tegen het Sultanaat van Rûm. Deze aanval wist Kiliç Arslan te weerstaan en de kruisvaarders werden in de pan gehakt bij Heraclea en Mersivan.

Sultan Alaaddin Keykubat I

Na Kutalmışoğlu Süleyman en Kiliç Arslan was Alaaddin Keykubat I de belangrijkste sultan van Rûm. Hij werd ook wel Keykubat de Grote genoemd. Alaaddin Keykubat I was geboren in 1190 en regeerde van 1220 tot 1237. Onder zijn bewind werd het sultanaat verder uitgebreid door onder andere in 1221 de verovering van Alaiye (Alanya), dat hij tot zijn winterverblijf maakte. Keykubat bracht de zeevaart tot bloei, maar ook de bouwsector floreerde tijdens zijn heerschappij. Hij liet vele burchten, madrassa’s (scholen), moskeeën, bruggen, ziekenhuizen en karavanserais bouwen.

Vermoedelijk wapen van het sultanaat van Rûm

Wapen van het sultanaat van Rûm

In Konya is dit relief van een tweekoppige adelaar uit de dertiende eeuw gevonden. Vermoedelijk was dit het wapen van het Sultanaat van Rûm, maar er zijn ook wetenschappers die menen dat de tweekoppige adelaar een persoonlijk insigne was van Alaaddin Keykubat I. Hoe dan ook is de tweekoppige adelaar het symbool van de Rûm geworden. Je vindt hem terug in het wapen van Konya, maar ook in dat van Alanya.

De Seltsjoeken hadden een rijke cultuur met invloeden uit Arabië, Centraal- Azië, Klein-Azië en Perzië en met Byzantijnse en islamitische invloeden. Door de invasies van de Mongolen werden veel wetenschappers, schrijvers, dichters en kundige arbeidslieden naar het Sultanaat van Rûm gedreven. Onder hen was Mevlana Jelaleddin (Rûmi), de filosoof en soefi-mysticus.

Mevlana

Het einde van het Sultanaat van Rûm

Rond 1250 stond vrijwel het hele sultanaat onder het gezag van de Mongoolse overheersers. Langzaam maar zeker versnipperde het sultanaat in kleine ‘beyliks’ of vorstendommen. Een van die beyliks behoorde tot de stam van Osman Gazi, die de Mongolen met succes bestreed. Hij stichtte in 1299 het Ottomaanse Rijk. In 1307 was het hele Sultanaat van Rûm bij het Ottomaanse Rijk ingelijfd.

Een aanrader om te lezen?
Zegt het voort!

Moedergodin Kybele in Anatolië

Kybele, moedergodin zittend op troon

De moedergodin Kybele

De rol van de vrouw in de prehistorie

In het artikel over Çatalhöyük kun je lezen over de verering van de moedergodin, maar het is niet de enige plaats waar de moedergodin – Kybele of Cybele – werd vereerd. Over heel Anatolië zijn er massaal sporen terug te vinden van deze cultus. Meer nog, in Syrië en Irak, veel later ook in Roemenië en Bulgarije, speelde de moedergodin een belangrijke rol.
Alvorens daarop in te gaan, duiken we even terug in de prehistorie en de rol van de vrouw in de toenmalige samenleving.
De mens zoals we hem vandaag kennen (de homo sapiens) zwerft al meer dan honderdduizend jaar rond op deze wereld. En 'zwerven' moeten we hier in de letterlijke betekenis van het woord nemen.
Onze voorouders waren immers nomaden, kleine stammen (meestal rond de vijftig personen) die leefden van roofbouw. Op hun trektochten waren het veelal de vrouwen die met een graafstok wortelen of knollen opgroeven, daarnaast plukte men fruit, noten en groenten. Jacht en visvangst bestonden, maar waren meestal een aanvulling op het 'verzamelaarsdieet'. Overigens, de jacht bestond meestal uit kleinere dieren (gevogelte, konijnen, kleinvee) want om grotere dieren te verschalken was een hoge vorm van samenwerking nodig die pas veel later zou ontstaan.

De overleving van de stam stond centraal

Het is vanzelfsprekend dat de natuur en de giften van moeder aarde enorm belangrijk waren. Maar zonder kinderen sterft de stam uit en het waren de vrouwen die de kinderen baarden.
Iedereen in de stam moest zijn/haar bijdrage leveren aan de overleving van de stam. Men bleef een tijdje in een bepaalde streek, tot de voorraden waren uitgeput en trok dan verder. Bijna alle studies over de prehistorie tonen aan dat mannen en vrouwen minstens gelijkwaardig waren en dat er een egalitaire structuur bestond in de stam.

De neolithische revolutie

De grote verandering kwam door de ontdekking van de landbouw, wat men omschrijft als de 'neolithische revolutie'. De eerste vormen van landbouw ontstaan zo'n tienduizend jaar geleden in de vruchtbare streken rond de Tigris en Eufraat. Hier groeiden veel wilde granen en men slaagde erin kleinvee te domesticeren.
Zo'n landbouwgemeenschap blijft ter plaatse en hoeft niet meer rond te trekken. Schapen, geiten, varkens en gevogelte zorgen voor een permanente vleesvoorraad. En men heeft tevens eieren, melk, kaas, yoghurt, vetten en boter. Granen kan men opnieuw inzaaien en meel kan men bewaren. Dierenhuiden zorgen voor leer en wol.
Hierdoor ontstaat er een maatschappelijk overschot - de maatschappij produceert meer dan dat ze consumeert - iets wat nomaden niet of nauwelijks kennen.
Er kwam tijd voor andere dingen. Dat was ook nodig. Voedsel dat je kan bewaren, moet je wel stockeren. Tonnen, kruiken en loodsen moesten gebouwd worden. Tenten of tijdelijke grotten maakten plaats voor permanente woningen. Er ontstond een arbeidsdeling. Door die arbeidsdeling ontstonden technische innovaties zoals de ploeg en de sikkel die het makkelijker maakten om het land te bewerken en te oogsten.

De vraag is, wat gaat een gemeenschap doen met het maatschappelijk overschot? Blijft dat eerlijk verdeeld onder de leden van de gemeenschap of is er een groep die zich het overschot gaat toe-eigenen? En hierin zien we toch enorme verschillen tussen de diverse samenlevingen.

Ontwikkeling van steden en de gevolgen daarvan

Er ontwikkelen zich steden waar geleidelijk aan een klasse ontstaat van priesters, krijgers en heersers die zich het maatschappelijk overschot toe-eigenen en die uitgroeien tot stadstaten met koningen en slaven. De moedergodin moet plaats maken voor mannelijke goden en de vrouwen verliezen hun egalitaire positie.

In Çatalhöyük (ook één van de eerste steden), gebeurt dat echter niet. Daar blijft het egalitaire stelsel, dat de meeste nomaden kenden, van toepassing. Net zoals in andere steden was er een arbeidsdeling. Kelims werden geweven, sieraden gemaakt, aardewerk geproduceerd, maar de moedergodin bleef de belangrijkste.

Çatalhöyük bleef vijftienhonderd jaar (!!!) bestaan en was in die tijd de grootste stad ter wereld, er leefden tienduizend mensen. Hoewel de cultus van de moedergodin in de meeste kleinere landbouwnederzettingen bleef bestaan, is het onmiskenbaar dat Çatalhöyük en Hacilar (daar was een gelijkaardige structuur) mede gezorgd hebben voor de verspreiding van deze cultus.

De moedergodin heeft twee kenmerken. Eerst en vooral is er de symboliek van de vruchtbaarheid die zich uit in de vormgeving. Een omvangrijke vrouw met zware borsten of een gestileerde vrouw al dan niet met een kind. Een tweede kenmerk verwijst naar de machtspositie of de macht van de godin, dikwijls gezeten op een troon, met aan weerszijden wilde dieren (luipaarden, leeuwen) die staan voor mannelijkheid.

Moedergodin Kybele
Kybele zittend op troon

Verspreiding van de Kybele cultus

Na het verdwijnen van Çatalhöyük (men spreekt van een vulkaanuitbarsting) bleef de Kybele cultus zich verspreiden. Dikwijls ontdekt men bij opgravingen van veel latere beschavingen (de Phrygiërs, de Ioniërs, de Lyciërs) dat nieuwe tempels zijn gebouwd op vroegere Kybele tempels of in de nabijheid ervan.

Slechts enkele voorbeelden, op 120 km van Bursa in het dorpje Yazilkaya staat niet ver van de Zeus tempel een Kybele tempel. Ook in Sart (Sahili) ligt naast de bekende site van Sardes een paar km verderop een vroeger heiligdom van de moedergodin Kybele. Maar het meest tot de verbeelding sprekend is de Artemis tempel in Selcuk, gebouwd bovenop de vroegere Kybele tempel.

Deze tempel behoorde tot de zeven wereldwonderen van de oudheid en was gewijd aan Artemis (vandaar ook de naam, het Artemesion). Een idioot die dacht de annalen van de geschiedenis te halen, stak de tempel in brand (zoals je ziet, idiotie is van alle tijden) maar de tempel werd heropgebouwd door de bevolking. Dit tot groot ongenoegen van Alexander de Grote, de Perzische veroveraar, die het zelf wou doen maar bakzeil haalde. Het heropgebouwde Artemesion werd rond het jaar 250 gedeeltelijk vernietigd en later volledig afgebroken.

De machtsafname van de moedergodin Kybele

De periode tussen het begin van onze jaartelling en duizend jaar ervoor is gekenmerkt door verschillende nieuwe beschavingen. Er zijn steden en stadstaten, van een egalitaire samenleving is allang geen sprake meer en dat weerspiegelt zich in de godsdienst.

De moedergodin Kybele verandert in een gewone godin (die nog steeds symbool staat voor aarde en vruchtbaarheid) maar niet meer diezelfde macht heeft. In de volkscultuur en op het platteland blijft zij echter voortleven in haar oude vorm.

 Tegelijk zien we dat de godin Artemis (bij de Grieken de godin van de jacht) in Anatolië de rol overneemt van Kybele. Dat zien we aan de standbeelden van Artemis, terug te vinden in het museum van Selcuk, waar zij de kenmerken overneemt van de oude Kybele. In feite was het Artemesion een voortzetting van de Kybele verering, maar dan onder een andere naam.


Artemis, Efeze

Artemis, Efeze

Efeze in opstand

Dat de verering van Kybele (die vervangen werd door Artemis) gevoelig lag bij de gewone bevolking, heeft de apostel Paulus aan den lijve ondervonden. Je kan dit overigens lezen in de brieven van Paulus aan de Efezers. Het christendom, dat nog in zijn kinderschoenen stond, zocht uitvalsbasissen om het nieuwe geloof uit te dragen. Efeze, in die tijd een wereldstad met een half miljoen inwoners, was een kuststad, heel open en een mozaiek van godsdiensten. Paulus lanceerde een aanval tegen de zilversmid Demitrios, die beeldjes verkocht van de Artemis godin. Maar dit was buiten de waard (in dit geval de bevolking van Efeze) gerekend. De bevolking kwam massaal op straat en verjoeg Paulus uit Efeze terwijl ze luidop scandeerden 'groot is Artemis van Efeze'.

Dit is natuurlijk een interpretatie, maar het lijkt niet onlogisch. Waarom valt Paulus specifiek de zilversmid aan die Artemisbeeldjes maakt? Moest Artemis onbetekenend zijn geweest, dan zou hij daar geen energie aan verspild hebben, hij had andere katten te geselen. En het feit dat hij, uit toch een open en verdraagzame stad door een massa wordt verjaagd, zegt ook wel iets.

Trouwens, dat is de sauce piquante, het zal niet de laatste keer zijn dat de woordvoerders van het christendom in aanvaring komen met de bevolking van Efeze. In het jaar 435 is het christendom al fors ingeplant in Efeze. Maria, de moeder van Jezus, heeft nu de rol overgenomen van Artemis. Dat jaar is er een concilie. Dat wil zeggen, de kerkvaders (zo noemt men dat nu eenmaal) komen samen om godsdienstige vraagstukken te bespreken. Op dat moment is er verdeeldheid. Is Maria enkel de moeder van Jezus, of moet zij een goddelijke status krijgen. Het concilie raakt er niet uit. Tot er weer een grote manifestatie uitbreekt, die eist dat Maria een goddelijke status krijgt. En, het concilie beslist, onder druk van de massa, dat zij die status krijgt.

Om het met de woorden van Bredero te zeggen, 'het kan verkeren'. Vele standpunten, die tot op heden behoren tot de grondslagen van het christendom, werden uitgediscussieerd in Efeze (nu Selcuk) en Nicea (Iznik), maar dat is weer een andere discussie.

De verering van Artemis werd in 314 buiten de wet gesteld door de katholieke kerk. Het definitieve einde van het Artemesion is in 406, toen Johannes Chrysostomos de afbraak beval van de restanten om ze te hergebruiken bij de bouw van de Aya Sofia. Het enige dat er nog van rest is een éénzame zuil, waarop ooievaars af en toe hun nest maken.

Kybele, tot op de dag van vandaag aanwezig

De motieven van de gestileerde moedergodin, vind je nog steeds terug in de kelims die tot op de dag van vandaag gemaakt worden. Dit wijst op de diepe inplanting die de cultus van de moedergodin Kybele moet hebben gehad. De vrouwen die nu deze motieven weven, zullen er waarschijnlijk de achtergrond niet meer van kennen. Het zal deel uitmaken van hun traditionele weefpatronen. Vergeten maar nog steeds pertinent aanwezig. Toch wel iets om je over te verwonderen.

Marc van Hecke

Een kwart eeuw geleden bezocht ik voor het eerst Turkije. We logeerden bij een Turkse familie aan de Zwarte Zee en doorkruisten het ganse land. Ik werd gebeten door de hardnekkige 'Turkije micro­be', en woon intussen al jaren in dit wonderlijke land. Ik hou van schrijven en vind 'Impressie Turkije' een leuk en belangrijk forum waaraan ik graag mijn bijdrage wil leveren.

Marc van Hecke
Een aanrader om te lezen?
Zegt het voort!

Köy enstitüleri, de dorpsinstituten van Turkije

De Köy Enstitüleri
een bijdrage van Marc van Hecke

Het ontstaan van de köy enstitüleri

Toen Turkije in 1923 een nieuwe republiek werd, de 'erfopvolger' van het Ottomaanse Rijk, was de toestand verre van rooskleurig. Met een bevolking van 13 miljoen, waarvan het merendeel in de landbouw was tewerkgesteld (85%), waar er nauwelijks enige vorm van industriële ontwikkeling was en de gemiddelde levensverwachting rond de dertig jaar (!!!) schommelde, moest men eigenlijk alles opnieuw beginnen opbouwen.
Maar, de jonge republiek deed het goed. De economische groei was enorm, tussen 1923 en 1930 was er een gemiddelde jaarlijkse groei van maar liefst 9,6% (een heel stuk meer dan de economische groei de laatste 16 jaar, dat mag ook eens gezegd worden) maar de bevolking was overwegend analfabeet.

Alfabetisering

In 1928 werd door Atatürk het Latijnse alfabet[1] ingevoerd ter vervanging van het Ottomaanse schrift. Op dat moment waren er 13,6 miljoen inwoners. Van deze bevolking kon slechts 17,5% van de mannelijke bevolking lezen en schrijven, bij de vrouwen was het nog slechter gesteld, slecht 4,8% was geletterd. Dit was de situatie in geheel Turkije. Maar in de dorpen was de situatie nog rampzaliger. Daar was slechts 6% geletterd.
Er waren 4.894 scholen, de meeste daarvan in de steden. In de meeste van de 35.000 dorpen was er geen of nauwelijks onderwijs. Er waren (voorheen) weliswaar de medresses, dat zijn religieuze instituten, die onderwijs verschaften en zich baseerden op het Ottomaans en Arabisch schrift, maar echte scholen waren dat niet, je kan het een beetje vergelijken met de 'zondagsscholen' die in België bestonden, met nadruk op religieus onderricht. Daarnaast waren er na de demobilisatie onderofficieren (korporaals, sergeanten) die meestal geletterd waren en in de dorpen onderricht gaven.
Ook al wilde de nieuwe republiek aan alfabetisering doen, er waren twee grote problemen. De opleiding die de leerkrachten in de steden kregen, was een schoolse opleiding. Bovendien was het voor hen veel interessanter in de stad te blijven (waar zij veel meer mogelijkheden hadden) dan om naar het platteland te gaan. De wijze waarop zij les gaven, stond ver af van het leven in de dorpen. Zij waren meestal afkomstig uit de steden en wilden hun leven daar niet opgeven voor een leven in de dorpen, waar zij weinig of geen verbondenheid mee voelden.
De republiek zat overigens met een bijkomend probleem. Alfabetisering kost geld. Het minste dat je nodig hebt, is een school en een leerkracht. Ondanks de enorme economische groei in vergelijking met 1923, stond men nog steeds niet op het niveau van 1913. En de nadruk lag op de uitbouw van het spoorwegennet en de uitbouw van de industrie, wat op zich ook kosten met zich meebracht. Geleerd uit de Ottomaanse periode, weigerde de regering zich in de schulden te steken, dus er moest een andere oplossing worden gevonden.
[1] Het Ottomaans is een ingewikkelde en heel bloemrijke taal. De grammatica is moeilijk. Turks is (overigens de nieuwste taal) opgebouwd op een vrij eenvoudige grammatica, de uitspraak stemt overeen met het schrift. In die zin heeft de invoering van het Latijnse alfabet bijgedragen tot alfabetisering.

Modernisering van de dorpen

De ontwikkeling in de steden maakte de kloof tussen stad en platteland steeds groter. En waar een enorme schrik voor bestond, was dat er een massale immigratiegolf naar de steden zou plaatsgrijpen, waar de levensomstandigheden een stuk beter waren dan op het platteland. Om die kloof te dichten, stond men voor de noodzaak om de dorpen te moderniseren.
Waar het Kemalisme in de steden een serieuze basis had (ook al bestond er een één-partij systeem) bleef de situatie in de dorpen bijna onveranderd. Men had het belastingsysteem gewijzigd om de oude belastingen, afkomstig uit het Ottomaanse Rijk, drastisch te verminderen om de landbouw te stimuleren, maar dat bleek niet voldoende om de kloof te overbruggen.
Atatürk heeft altijd een grote interesse gehad in educatie. Voor een stuk wou hij zijn sociale basis uitbreiden naar de dorpen en op vele foto's zie je hem na de invoering van het Latijns alfabet, staan met een bord en een krijtje als hij dorpen bezocht. Vanaf 1922 hamert hij op de educatie van het platteland, stelt dat zowel het basis- als voortgezet onderwijs onder controle van de staat moet komen en dat de medresses moeten verdwijnen. Eén van zijn fameuze uitspraken is: 'Om succes te hebben in het leven, zijn wetenschap en techniek de beste gidsen, en wie zoekt naar een andere gids zal enkel geconfronteerd worden met onwetendheid, vergissingen en aberraties als resultaat'.

Het idee: köy enstitüleri

Het idee van de dorpsinstituten werd voor het eerst geopperd op het 'Eerste economisch congres van Izmir', waar een aantal afgevaardigden uit de landbouwsector stelde dat je eigenlijk met weinig geld onderwijs kon geven. Zij suggereerden, 'geef de onderwijzers bijen, grond, koeien of kippen, en laat de leerlingen het onderhoud doen'. Op die manier konden de zeer lage onderwijzersweddes ietwat gecompenseerd worden.
Daarnaast werd John Dewey, een vooraanstaand pedagoog uit de VS, in 1924 naar Turkije uitgenodigd waar hij een rapport maakte over de hervorming van het onderwijs naar Westers model.
Tenslotte was er in 1933 een rapport van de 'onderzoekscommissie naar educatie op het platteland' van Reşat Galip, waaruit volgende conclusies kwamen:
- De levensstandaard van de dorpsbewoners blijft dezelfde, waar er voorheen nog resten van alfabetisering waren, zijn deze zo goed als verdwenen, zelfs technieken om op een productieve manier landbouw te bedrijven, zijn verloren gegaan.
- De beste manier om de dorpen te ontwikkelen is met mensen afkomstig uit die dorpen, die de taal van de dorpen spreken, om daar samen met de dorpsbewoners nieuwe vaardigheden aan te leren. Vereist is wel dat zij in die dorpen blijven leven.

Samen een school bouwen

Samen een school bouwen

Praktische vakken Köy Enstitüsü, schoenmaker

Praktische vakken, schoenmaker

De uitwerking van het systeem

In 1933 wordt Reşat Galip minister van Onderwijs en hij begint vorm te geven aan een nieuw systeem van onderwijs die het platteland moet alfabetiseren. In feite richt men een tweede vorm van onderwijs op, naast het traditionele systeem van onderwijs in de steden. Er worden instituten opgericht voor leerkrachten afkomstig van het platteland.

Scholing van de leerkrachten

Leerkrachten krijgen, naast de traditionele vakken (wetenschap, taal en wiskunde) ook architectuur, muziek, theater, irrigatietechnieken, wegenbouw, houtbewerking. Het was dus een heel polyvalente opleiding. Het onderwijs is gratis, zij komen terecht in de nieuw opgerichte instituten, waar zij meestal op internaat zitten (in die tijd was het niet zo evident van het platteland naar de stad te komen, dat kon, maar neem bijvoorbeeld voor mijn schoonvader, hij deed twee dagen over een afstand van iets meer dan 100 km).
Toen de afgestudeerde leerkrachten terugkeerden naar hun dorpen, gaven zij les. Maar niet enkel in wetenschap, taal of wiskunde, ook in praktische vakken. De dorpsbewoners moesten voorzien in gronden voor de school. Tevens moesten zij gedurende twintig dagen per jaar meewerken met de dorpsinstituten.

De scholen

De scholen werden gebouwd door de leerlingen en de dorpsbewoners. Tevens werden wegen aangelegd en elektriciteit en waterleiding Men leerde irrigatietechnieken (enorm belangrijk voor de landbouw die in 1927 door de grote droogte een rampjaar kende) en nieuwe landbouwtechnieken. Er was een voortdurende wisselwerking tussen de leerlingen, de ouders en de leerkracht. De leerkracht kreeg gratis een huis (mijn vrouw is daarin grootgebracht) dat op het domein van de school stond. Er werd ook door de leerlingen aan landbouw gedaan, waar nieuwe technieken werden aangeleerd. De polyvalente opleiding van de leerkrachten werd overgebracht op de leerlingen en dorpsbewoners.

Landbouwproject Köy Enstitüsü, leerlingen bewerken grond
Köy enstitüleri in de praktijk

Het systeem ging na een proefperiode tussen 1937 en 1939 officieel van start in 1940.
Zelfs tot in de gehuchten van de dorpen drong het systeem van de dorpsinstituten door, daarvoor ging de leerkracht op weg, om te mobiliseren en te organiseren.
De leerkrachten droegen de ideeën van de republiek uit, in hun opdracht stond vermeld 'dat zij enkel seculiere informatie mochten verstrekken, vrij van alle invloeden van religie en bijgeloof, enkel op basis van wetenschap'.
Overigens, alle scholen waren gemengd en seculier. Godsdienst kwam niet ter sprake!

Gemengd onderwijs in de köy enstitüleri
Diploma Köy Enstitüsü

Negatieve en positieve kritieken

Negatieve kritiek

Niet iedereen was enthousiast over de köy enstitüleri. Er was zowel kritiek vanuit rechts conservatieve als uit linkse hoek.
De kritiek vanuit (meestal extreem) linkse hoek, laat ons daarmee beginnen, stelde dat het systeem van de dorpsinstituten een poging was van 'de Kemalisten' om de leerlingen te indoctrineren en niet ver genoeg ging. De verhoudingen in de dorpen (de bemiddelde aga's en de arme boeren) veranderden niet wezenlijk. Zij vonden dit een gemiste kans om een grootscheepse landbouwhervorming door te voeren. Er is overigens wel een landbouwhervorming geweest op het eind van de dertiger jaren, waarbij openbare gronden voornamelijk aan kleine en middelgrote boeren ter beschikking gesteld werden.
De kritiek vanuit conservatief religieuze hoek was gebaseerd op religieuze elementen. Op de scholen gebruikte men voor het woord God bijvoorbeeld 'Tanrı' en niet 'Allah'. Maar vooral het gemengde onderwijs was hen een doorn in het oog. De vroegere leerkrachten van de medresses (religieuze scholen) die waren afgeschaft, waren natuurlijk ook niet blij met deze nieuwe vorm van onderwijs.
Ook vanuit de bevolking was er weerstand, hoewel die niet algemeen was. Het probleem waren de twintig dagen die men moest werken voor de dorpsinstituten. De grootste kritiek van de bevolking kwam echter door de lage prijzen die zij kregen toen hun gronden werden onteigend.
Afhankelijk van de lokale structuur van het dorp, was er ook dikwijls kritiek van de aga's van de dorpen, die liever hun macht bleven behouden en de dorpsinstituten met opgeleide leerlingen als een bedreiging zagen voor hun functie.

Positieve kritiek

Er waren ook aga's die het project volop steunden omdat zij liever geschoolde werknemers hadden.
En zowel voor- als tegenstanders geven toe dat de leerlingen zich volledig inzetten in de dorpsinstituten met een enorm enthousiasme. Deze vorm van onderwijs sloot immers direct aan bij hun behoeften, gaf hun kansen. Er bestaan verhalen over het werkenthousiasme bij de jongeren die dikwijls tot in het absurde projecten wilden realiseren.
De dorpen veranderden ook. Er kwam elektriciteit, er kwam radio (!), er werd toneel gespeeld, er kwamen wegen, etc. Er werd theater gemaakt, muziek gemaakt, instrumenten gemaakt. De dorpen ontwikkelden zich. En zowel jongens als meisjes konden deelnemen aan deze nieuwe vorm van onderricht.

Er werd muziek gemaakt

Het einde van de köy enstitüleri

Toen het systeem van start ging, was het de tweede wereldoorlog, een moeilijke periode, ook in Turkije. Mijn schoonvader behoort tot de klas die afstudeerde in 1945-1946.
Na de tweede wereldoorlog krijg je echter het meerpartijen-systeem. Een aantal leden van de Republikeinse Volks Partij, richt de Democratische Partij op. Tot dan toe zaten ook de conservatieven in deze partij. Zij zijn fervente tegenstander van het systeem van de dorpsinstituten (in hun rangen zaten ook de meeste grootgrondbezitters).
Maar ook de Republikeinse Volks Partij krijgt zijn twijfels. Zij worden ook voorstanders om het systeem dat zij zelf in leven hebben geroepen, af te bouwen.
De dorpsinstituten worden door de Democratische Partij bestempeld als 'communistische bolwerken', waar losbandigheid heerst. Ik wil daar niet te ver op ingaan, maar dit is heel gemakkelijk te weerleggen.

Waarin lag het echte probleem?

Het probleem met de dorpsinstituten was dat zij mensen ontvoogden! De leerlingen werden kritisch (tegenover de maatschappij, tegenover de politieke partijen). Leerlingen leerden initiatief te nemen, leerden samenwerken, leerden discussiëren. Zij leerden dat kunst en cultuur deel uitmaken van het leven van een mens. Dat solidariteit en samenwerking belangrijk is!
De dorpsinstituten hebben een mondige generatie geschapen! Een kritische generatie. En politici (of het nu over Kemalisten of DP-ers gaat), vreesden een kritische generatie.
Het achterliggende politieke project van de Republikeinse Volks Partij was niet geslaagd. Met polyvalent onderwijs maak je geen partijmilitanten!
Maar het project was enorm, het heeft enorm veel bijgedragen tot de alfabetisering, het heeft een generatie de mogelijkheden gegeven om zich te ontvoogden, om verder te studeren!
In 1950 toen de DP (Demokrat Partisi) aan de macht kwam, werd het systeem afgebouwd en volledig afgeschaft in 1953.

Beleg van Antiochië, 21 oktober 1097

Beleg van Antiochië

Het beleg van Antiochië

De Eerste Kruistocht vond plaats van 1096 tot 1099 en had als doel Jeruzalem op de heidenen te veroveren. Eenmaal in de buurt van Antiochië – het huidige Antakya – besloten de kruisridders eerst deze stad te veroveren. Tenslotte was Antiochië een belangrijke stad voor het christendom. Hier werd de eerste kerk gesticht en het was het vertrekpunt voor de zendingsreizen van Paulus en Barnabas. Het beleg van Antiochië begon op 21 oktober 1097.

Tijdsbeeld

West-Europa

Na de val van het Romeinse Rijk was West-Europa in tal van kleine staatjes uiteengevallen. Grote volksverhuizingen vonden plaats die gepaard gingen met verwoestende plunderingen. Het aantal bewoners was flink geslonken en bovendien waren deze niet in staat gebleken de oude beschaving vast te houden. Alleen de Rooms-Katholieke Kerk had als instituut de val van het Romeinse Rijk overleefd. Was de bisschop van Rome voorheen niet belangrijker geweest dan bijvoorbeeld de bisschop van Keulen, rond het jaar 1000 veranderde dat en kreeg de bisschop van Rome als Paus de leiding over de Kerk. Er ontstond een zekere machtsstrijd tussen de wereldlijke en kerkelijke macht die steeds vaker in het voordeel van de Kerk uitviel.
Tegelijkertijd was het zo dat ridders en andere edelen tijdens de duistere middeleeuwen bepaald geen lieverdjes waren en om hun tijd in het vagevuur te kunnen bekorten, moesten zij boete doen volgens de Kerk. Dat kon bijvoorbeeld door in het klooster te gaan, maar het idee om een heilige oorlog te voeren was een veel aantrekkelijker mogelijkheid. Toen Paus Urbanus II in 1096 met zijn oproep kwam Jeruzalem op de heidenen te veroveren, werd daar massaal gehoor aan gegeven.

Paus Urbanus II roept op tot eerste kruistocht, schilderij Jan Luyken

Paus Urbanus II roept op tot eerste kruistocht, schilderij Jan Luyken

Midden-Oosten

In politiek en religieus opzicht was het Midden-Oosten sterk verdeeld. Er waren allerlei groepen die met elkaar streden. Zo had je een Abbasidische kalief in Bagdad en een Fatimidische kalief in Cairo die beiden claimden dat ze het leiderschap over de moslims hadden. In praktijk echter werden de grotere steden geregeerd door onafhankelijke Turkse of Arabische heersers. Antiochië was bijvoorbeeld in handen van de Turkse Seltsjoeken.
Door die verdeeldheid en onderlinge strijd duurde het een hele tijd voor er een antwoord kwam op de veroveringen door de kruisridders. Pas in de twaalfde eeuw werd het idee van een heilige oorlog door de moslims uitgewerkt om Jeruzalem op de kruisvaarders te heroveren.

Het beleg van Antiochië

Aan het einde van de zomer van 1097 was een grote groep kruisvaarders ten noorden van Antiochië aangekomen. Een deel van hen trok in oostelijke richting om er de graafschap Edessa op te richten terwijl de rest naar Jeruzalem zou gaan onder leiding van Bohemund I van Tarente. Deze groep besloot echter eerst Antiochië te veroveren. Omdat het een sterke vestingstad was met zo’n 400 torens, was het onmogelijk de stad aan te vallen en daarom koos Bohemund op 21 oktober 1097 voor een beleg van de stad.

Beleg van Antiochië
Bestorming van Antiochië

Antiochië hield langer stand dan gehoopt en verwacht en al snel kampten de kruisvaarders met ernstige voedseltekorten. Daarom werden expedities georganiseerd om voedsel te bemachtigen.
Tijdens zo’n expeditie stuitten de kruisvaarders op een leger vanuit Damascus dat Antiochië wilde ontzetten. De veldslag die volgde, werd nipt door de kruisvaarders gewonnen. Korte tijd later volgde een veldslag met een ontzettingsleger vanuit Aleppo. Ook dat leger werd verslagen.
Inmiddels was de situatie in het kamp van de kruisridders steeds verder verslechterd. Toen men hoorde van een derde ontzettingsleger dat onderweg was, besloot men op 3 juni 1098 met de hulp van een omgekochte Armeense poortwachter, Antiochië binnen te vallen.

Tussen twee vuren

Er vond een massaslachting onder de burgerbevolking van Antiochië plaats, maar het lukte nog niet om ook de Seltsjoekse machthebbers te verslaan. Van buitenaf kwam nu het ontzettingsleger vanuit Mosoel, zodat de kruisvaarders tussen twee kampen zaten opgesloten.

Eindelijk, de verovering van Antiochië

In deze onmogelijke situatie kreeg een monnik – ene Peter Bartholomeus – een visioen. Hierin werd hem gezegd dat zich in de stad de Heilige Lans bevond, de lans waarmee Christus na zijn dood in de zij was gestoken. In eerste instantie werd de lans niet gevonden. Maar Peter ging ook zelf aan het zoeken en graven in de kathedraal van Sint Pieter en vond de lans.

Vondst van de Heilige Lans

De vondst krikte het moreel van de kruisvaarders flink op. Bohemund en de zijnen trokken eropuit en versloegen het leger uit Mosoel. Toen de Seltsjoeken in de stad zagen dat het ontzettingsleger verslagen was, gaven zij zich over.

Verovering van Antiochië

Bohemund stelde zichzelf aan het hoofd van Antiochië en daarmee was de eerste kruisvaarderstaat, het Prinsdom van Antiochië, een feit. Nadat er versterkingen uit Europa waren gekomen, bleef Bohemund achter in Antiochië, de overige kruisvaarders trokken naar Jeruzalem dat in 1099 werd veroverd.

Een aanrader om te lezen?
Zegt het voort!

Het Verdrag van Sèvres en het Sèvres-syndroom

Hadi-Pasha-ondertekent-Verdrag-van-Sèvres

Het Verdrag van Sèvres

Ondertekening door een vertegenwoordiger van het Ottomaanse Rijk, Hadi Pasha

Het einde van de Eerste Wereldoorlog werd voor de Ottomanen ingeluid met de wapenstilstand die op 30 oktober 1918 was gesloten tussen de geallieerden en het Ottomaanse Rijk. Op 11 november volgde de wapenstilstand tussen Duitsland en de geallieerden. Ruim twee maanden later, op 18 januari 1919 begon de Vredesconferentie van Parijs waarop vijf verschillende verdragen werden gesloten. Het laatste – en meest ingewikkelde – daarvan was het Verdrag van Sèvres dat op 10 augustus 1920 met het Ottomaanse Rijk gesloten werd.

Tijdsbeeld, een korte impressie

De machtsverschuivingen en –uitbreidingen waren gedurende de 19e eeuw enorm. Zo had je het Ottomaanse Rijk, het Britse imperium, het Russische Rijk en het Franse en Duitse Keizerrijk die dan weer elkaar aanvielen en dan weer – al dan niet geheime –bondgenootschappen vormden. Het Ottomaanse Rijk raakte in die tijd steeds meer in verval, het had onder andere door de Balkanoorlogen en de Russisch-Turkse oorlogen al bijna de helft van hun eerdere grondgebied verloren. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog had het Ottomaanse Rijk nog wel aardig wat gebied in Zuidwest Azië, en daar hadden zowel Frankrijk als Groot-Brittannië hun zinnen op gezet. Frankrijk om haar invloed in Syrië en Libanon uit te kunnen breiden en Groot-Brittannië om een verbinding tussen Egypte en India te verwezenlijken via Irak en Palestina.

Het Sykes-Picotverdrag

In mei 1916, toen de Eerste Wereldoorlog nog volop aan de gang was, stelden de Franse Georges Picot en de Britse Mark Sykes een geheime overeenkomst op. In deze overeenkomst maakten zij afspraken om de gebieden in Zuidwest-Azië onderling te verdelen als de Ottomanen de oorlog zouden verliezen. Nadat de Ottomanen inderdaad verloren hadden en de inhoud van het Sykes-Picotverdrag bekend werd en grotendeels in de Conferentie van San Remo in april 1920 werd bevestigd, was de verontwaardiging vooral onder de Arabieren groot. Eerst had Groot-Brittannië hen weten over te halen om tegen de Ottomanen te vechten door hen een onafhankelijk Koninkrijk Arabië voor te houden en vervolgens werd onder andere hun land doodleuk onder de beide westerse grootmachten verdeeld. De Arabieren kwamen in opstand, evenals de Irakezen, Syriërs en Palestijnen. Alle opstanden werden bloedig onderdrukt, wat tot heel veel slachtoffers leidde, onder andere door het gebruik van mosterdgas en het bombarderen van burgerdoelen.

Sykes-Picotverdrag1916
De totstandkoming van het Verdrag van Sèvres

Niet alleen de geallieerden die de Eerste Wereldoorlog hadden gewonnen, stortten zich gretig op de restanten van het Ottomaanse Rijk. Ook de Grieken wilden een graantje meepikken, evenals de Armeniërs en de Koerden. Er waren veel belangen waar rekening mee gehouden moest worden, zodat het een langdurig en ingewikkeld proces werd. Hoewel het verdrag als strafmaatregel bedoeld was voor het verliezen van de Eerste Wereldoorlog, was het Verdrag van Sèvres in de praktijk gericht op het afbreken van het Ottomaanse Rijk, er is op zeker moment zelfs sprake geweest van de opdeling van alles wat er nog over was van het eens zo machtige imperium. Zover kwam het echter niet, men kwam onder andere overeen dat Anatolië en een stuk van Thracië plus Istanbul voor Turkije behouden zouden blijven.

Je kunt hier de tekst (in het Engels) van het Verdrag van Sèvres met al zijn bepalingen lezen. Op de kaart hieronder kun je zien hoe de verdeling was.

Kaartje van verdeling Verdrag van Sèvres

Verplichte vermelding: De originele uploader was Ian Pitchford op de Engelstalige Wikipedia - Verplaatst vanaf en.wikipedia naar Commons door Sumerophile met behulp van CommonsHelper., Attribution, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=4443892

De ondertekening van het Verdrag van Sèvres

Op 10 augustus 1920 werd in de porseleinfabriek Manufacture nationale de Sèvres – in de buurt van Parijs – het verdrag ondertekend. Maar nog voor de ondertekening plaatsvond, hadden alle grote partijen al hun twijfels. Zo noemde de Franse oud-president Poincaré sommige bepalingen “een krankzinnige blunder, even breekbaar als het porselein van Sèvres” en anderen twijfelden sterk of ze het verdrag wel aan de inmiddels in opstand gekomen Turken onder leiding van Mustafa Kemal konden opleggen en handhaven. De Italianen lieten zelfs oogluikend wapensmokkel aan de Turkse nationalisten toe. Het waren vooral de Grieken die erop gebrand waren het Verdrag in deze opzet door te zetten.

Het verdrag had vier ondertekenaars van Ottomaanse zijde: de grootvizier Damat Ferid Pasha, de ambassadeur Hadi Pasha, de minister van Onderwijs Resid Halis en Rıza Tevfik, die allen het vertrouwen van Sultan Mehmet VI genoten.

Het Sèvres-syndroom

Het Sèvres-syndroom is de diepgewortelde overtuiging dat buitenlandse machten – met name het Westen – samenspannen om Turkije te verzwakken en te verdelen. Het is niet moeilijk te begrijpen waar deze overtuiging en zijn naam vandaan komen. Wat lastiger te begrijpen is, is het feit dat dit syndroom tot op de dag van vandaag nog springlevend is. Laten we eens kijken naar de verschillende aspecten die hier een rol in spelen.

Het afbrokkelende imperium

Toen de macht van het Ottomaanse Rijk in de 19e eeuw begon af te brokkelen en de Europese invloeden toenamen, meende Sultan Abdul Hamid II dat het geen kwaad kon om te moderniseren en te verwesterlijken. Er werden verschillende hervormingen doorgevoerd, waarvan de hervormingen van onderwijs de succesvolste waren. Toch gingen de verliezen onverminderd voort en aan het begin van de twintigste eeuw restte er nog maar 40% van het ooit zo grootse Ottomaanse Rijk. In 1908 pleegde een groep jonge Turkse officieren met de bijnaam de Jong-Turken een staatsgreep. Hun belangrijkste doel was herstel van het Ottomaanse Rijk. In 1911 verklaarde Italië de Ottomanen de oorlog. Deze strijd om gebieden in Libië verliep moeizamer dan verwacht en de Italianen zochten en vonden steun op de Balkan.

Balkanoorlogen 1912 en 1913

De Jong-Turken, die meer visie en ideeën hadden dan praktische bestuurs- en gevechtservaring, moesten het onderspit delven in de beide Balkanoorlogen en de Italiaans-Turkse oorlog. Dit had lang niet iedereen aan zien komen wegens een goed draaiende propagandamachine van de Jong-Turken. Ook de West-Europese landen gingen ervan uit dat de Ottomanen zouden winnen en zij hadden aangekondigd de toestand van vóór de oorlog te zullen respecteren, zij garandeerden daarmee tevens de bescherming van de moslim-Ottomanen, ongeacht de uitslag van de oorlog. Echter, toen de Ottomanen onverwacht verloren en honderdduizenden moslim-Ottomanen werden verdreven en vermoord, stak het Westen geen vinger uit. Het verlies van deze oorlog was – zeker na de grootsprakige propaganda van de Jong-Turken – een enorme vernedering en het verraad door het Westen kwam daar nog eens bovenop. De vernedering, frustratie en haat ten opzichte van het (christelijke) Westen vonden onder andere een uitweg in geweld tegen de christelijke minderheden – die evenwel grote voorrechten hadden en daarom nog meer gehaat werden – in het Ottomaanse Rijk.

Het Grote Zwijgen

De Ottomanen hadden meer dan tien jaar in een staat van onveiligheid verkeerd. De staatsgreep, de Italiaans-Turkse oorlog, de Balkanoorlogen, een tweede staatsgreep in 1913, het aangerichte geweld tegen christelijke minderheden en de Eerste Wereldoorlog hadden alle diepe sporen nagelaten. En geen van die dingen was iets om prat op te gaan en openlijk over te spreken. Ook de rol van de Jong-Turken – die uiteindelijk nog eens 35% van het Ottomaanse Rijk waren kwijtgeraakt – was niet iets om mee te koop te lopen. Bovendien liep je als criticus het risico om door een geheime organisatie van de Jong-Turken geëlimineerd te worden. Het winnen van de Onafhankelijkheidsoorlog was dan wel een grootse prestatie, maar de rokende puinhopen legden een donkere sluier over het geheel.

De opbouw van de Republiek Turkije

Het traumatische verleden kon maar beter verzwegen en vergeten worden. In plaats daarvan moest het volk worden opgepept en zelfvertrouwen ontwikkelen. Weg met de vernederingen, op zoek naar een manier om de rug recht te houden. In de jonge republiek werd gefocust op Anatolië als bakermat van de beschaving, ja inderdaad, de Westerse beschaving. Zonder de Anatoliërs zouden de Europeanen nog gehuld in berenhuiden met knuppels lopen zwaaien!

Gelukkig is hij die kan zeggen: "Ik ben een Turk"  is een in dit verband veelzeggende uitspraak van Mustafa Kemal Atatürk.

Een ander probleem was het vormen van eenheid. Gewoonlijk ontstaan naties doordat groepen met een gezamenlijke band een stuk land opeisen. Voor de Republiek Turkije gold het omgekeerde: er was een stuk land, maar de populatie was een mengelmoes van gevluchte Balkanmoslims, Anatoliërs, Grieken, Armeniërs, Joden, Koerden en zo meer. Zuiveringen waren nodig en het hebben van een gemeenschappelijke vijand – het Westen mét zijn vreselijke Verdrag van Sèvres – hielp dan ook om eenheid te creëren.

Nationale veiligheid

Voor een natie staat de nationale veiligheid op de eerste plaats. Als die nationale veiligheid min of meer gegarandeerd is, worden andere zaken belangrijk. Bijvoorbeeld het recht op vrije meningsuiting en andere individuele rechten. Toen de Koude Oorlog voor het Westen voorbij was, ontstond er in West-Europa een status van nationale veiligheid. In Turkije is dat gevoel van nationale veiligheid nog ver te zoeken. Je kunt stellen dat het Sèvres-syndroom hierin een rol vervult. Zolang de motieven van het Westen gewantrouwd worden, blijft het gevoel van onveiligheid heersen.

En nu?

Terugkijkend op de geschiedenis kun je stellen dat de reactie van de Ottomanen op het Verdrag van Sèvres volkomen terecht was. En ook dat de beginselen hiervan volstrekt begrijpelijk waren. Maar dat deze nu – in de huidige tijd – niet meer geldig zijn. Wat begon als een gezonde reactie, ontwikkelde zich tot een syndroom.
Zouden we nu niet verder kunnen komen als het Westen eindelijk eens echt begrip toont voor het ontstaan van dit syndroom en zijn spijt betuigt over de eigen rol die het daarin gespeeld heeft?
Het zou een beginnetje kunnen zijn om tot een gezondere verstandhouding te kunnen komen, naar mijn idee…

Een aanrader om te lezen?
Zegt het voort!
>