Wol, een veelzijdige, natuurlijke vezel

De warmste wol; jakwol

Bij wol denkt men veelal aan schapen, maar wol is een vezel die van veel meer dieren met een vacht verkregen wordt. Dat kan bijvoorbeeld een geit zijn, een muskusos, een jak, een dromedaris, een lama of zelfs een konijn. Jakwol geldt als de warmste wolsoort.

In zijn algemeenheid heeft wol als eigenschap dat afzonderlijke vezels zich aan elkaar hechten. Daardoor laat het zich makkelijk spinnen en is het geschikt voor het vervaardigen van weefsels. Wol is niet erg maatvast, het kan rekken of krimpen. Daardoor heeft het volume en kan het lucht - en daarmee warmte - vasthouden. Het is dus warmte-isolerend en beschermt je in de winter tegen de kou en in de zomer tegen de hitte. Onbewerkte wol bevat van nature veel vet, dat lanoline wordt genoemd. Het werkt waterafstotend. Dat is ook de reden dat herders van oudsher vaak (gevilte) wollen kleding droegen. Als wol gewassen wordt, verliest het een deel van de lanoline. De resterende lanoline zorgt ervoor dat de wol wel soepel blijft. 

Geschiedenis van de schapenwol

Ongeveer 9000 – 7000 v. Chr. werden de eerste schapen gedomesticeerd, maar hun vacht was eerder harig zoals die van een wolf dan wollig. Men hield de schapen vanwege hun vlees en melk. Na de slacht gebruikte men de huid met de vacht voor kledij, de harige vezels werden gebruikt om het huiddelen bijeen te houden. Naarmate schapen langer als vee gehouden werden, wist men rond 5000 v. Chr. schapen met een iets wolliger vacht te fokken. De wol werd met de hand of met bronzen kammen van een schaap geplukt. Aanvankelijk werden de wolvezels gevilt, pas later in de Bronstijd ging men er ook mee weven. De wol werd met name gebruikt voor ruwe weefsels als kleden en dekens. De eerste geweven wollen kleding dateert van tussen 400 - 300 v. Chr. Dat was ook ongeveer de tijd dat wollige schapen vanuit het Nabije Oosten naar Europa kwamen.
Midden-Azië was in de Oudheid het belangrijkste centrum voor wolproductie. De koude winters maakten dat wol het meest gewilde materiaal was om dekens, laarzen en zelfs yurts (nomadententen) van te maken.

Yurt uit 1860, Kazachstan

Yurt uit 1860, Kazachstan

De Scythen en Sogdiërs, weefden net als de Turken en Mongolen in de Middeleeuwen wol tot kleding. Ze breiden er mutsen van en knoopten er vloerkleden van. Al deze producten werden verhandeld op de Zijderoute naar China, Indië en Europa.

Andere wolsoorten

Behalve schapenwol, is er ook zeer gewilde wol van geiten (bijvoorbeeld mohair, kasjmir en pasjmina) en van het Angorakonijn (angorawol). De mohair - van de angorageit - en de angorawol, vinden naar verluidt hun oorsprong in Turkije.

Mohair

Mohair

Angorageit

Angorageit

Mohair

Mohair is de wol van de Angorageit, die net als de Angorakat en het Angorakonijn, vernoemd is naar Angora, de oude naam van Ankara. De soort kwam voor op de Centraal Anatolische hoogvlakte. Het wollige haar van de geit valt weelderig rondom kop en lijf en wekt eerder de indruk dat het een schaap betreft. De angorageit kent geen rui, mohair groeit dus continu door. De geit wordt twee keer per jaar, in voor- en najaar, geschoren. De eerste schering van een angoralam in het najaar heet kid mohair en is superzacht.

Kid mohair wol

Voordat men de wol gaat gebruiken om te spinnen, moet mohair gewassen worden. Nadat hij in de zon is gedroogd, verkrijgt de wol zijn bijzondere glans. De wol is heel licht, langvezelig, wat golvend en zacht. Het is een duurzame, elastische wolsoort die niet pilt of vervilt. De vezel is erg glad en neemt daardoor weinig vuil op. Mohair is vochtregulerend en hoeft weinig gewassen te worden. Uithangen in de buitenlucht of in de damp van de badkamer is voldoende om geurtjes te verwijderen. Mohair laat zich in diepe, schitterende kleuren verven en wordt met name gebruikt voor buitenkleding, dekens, meubelstoffering, gordijnen en tapijten.

Prent van Turkmeense sjah met angorageit

De naam mohair is afgeleid van het Arabische woord mukhayyar dat zoveel betekent als voortreffelijk. De angorageit en de angorawol stonden namelijk in hoog aanzien en mochten van de Ottomaanse heersers niet uitgevoerd worden. Ankara behield tot in de 19e eeuw een monopoliepositie op de verkoop van angoraweefsels. Door een malaise in de nog niet gemechaniseerde weverij-industrie, werd vanaf die tijd ook de export van angorawol toegestaan.
Waarschijnlijk is de angorageit geëvolueerd uit een oud ras dat al vóór 3500 voor Christus gedomesticeerd werd. Oude mozaïeken van voor de christelijke jaartelling laten geiten zien waarvan de vacht en horens zeer veel overeenkomsten vertonen met die van de angorageit.

Angorawol

Angora is de zijde-achtige wol van het langharige Angorakonijn dat volgens vele bronnen oorspronkelijk uit de Centraal Anatolische hoogvlakte komt. Volgens een aantal andere bronnen komt de soort echter uit de Karpaten en werd hij daar al in de 6e eeuw na Christus gefokt om zijn wol. Hoe het ook zij, inmiddels zijn er een aantal kweekvarianten van het angorakonijn met meer of minder uitbundige beharing.

Angorakonijn
Angorawol

Omdat de angoravezel hol is, is angora de lichtste natuurlijke vezel en ook warmer dan andere wolsoorten. Angora isoleert warmte 8 x beter dan schapenwol. Het is een dure, luxe wolsoort die erg zacht is, zeer fijnvezelig, pluizig en hypoallergeen. Het heeft een zijdeachtige textuur. De prijs ligt 10 tot 30 keer hoger dan die van schapenwol. Angorawol kan 2 tot 3 keer per jaar gewonnen worden, door de wol te plukken (bij angorakonijnen die ruien) of te knippen.
Als angorakonijnen respectvol tijdens de rui geplukt worden, is daar weinig mis mee. De ruiende wol laat makkelijk los van de nieuwe vacht en het konijn heeft er weinig last van. Knippen gaat uiteraard veel sneller, maar betekent ook minder opbrengst. Geplukte angora laat zich beter spinnen dan geknipte angora.

Omstreden

Angorawol is inmiddels in de westerse wereld erg omstreden vanwege de brute wijze waarop de konijnen in sommige angorawol producerende landen in Azië (m.n. China) geplukt worden. In Nederland bepleit de Partij voor de Dieren daarom een algeheel verbod op angorawol. Een aantal grote winkelketens hebben inmiddels de inkoop van angorawolproducten volledig stopgezet nadat in november 2013 undercover videobeelden van dierenrechtenorganisatie PETA openbaar werden gemaakt. Die videobeelden, waarop vastgebonden konijnen krijsen van pijn, zijn schokkend en ronduit walgelijk! Dat men kritisch is over het betrekken van angorawol van grootleveranciers, waarvan de werkwijze moeilijk controleerbaar is, is zonder meer terecht.
De volgende video is gemaakt als reactie op de gruwelijke beelden van de organisatie PETA. De jongedame in de video laat op overtuigende wijze zien dat angorawol geplukt kan worden zonder dat het angorakonijn er onder lijdt. Haar advies op het einde van de video: Zorg dat je weet waar de angora die je koopt, vandaan komt!

Wol en zijn toepassingen

Wol kent vele toepassingen. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt voor kleding, tapijten, meubel- en woningstoffering, als vulling in matrassen, voor dekens en dekbedden, in pianohamers, als isolatiemateriaal en - in de vorm van vilt - voor de fabricage van tennisballen, speelgoed en hoeden. 

Vilt​

Vilt is de oudst bekende toepassing van wol. Vilten dateert van voor de uitvinding van het spinnen en weven van wol en gaat daarmee duizenden jaren terug in de tijd. In Çatalhöyük (7500 – 5700 v. Chr.) vonden archeologen gestileerde wandschilderingen, waarvan zowel de patronen als de randbewerking volgens de Britse archeoloog James Mellaart sterk deden denken aan viltapplicaties. Tijdens de opgravingen werden door de Deense botanicus Hans Helbaek ook daadwerkelijk kleine geplette dierlijke vezels aangetroffen die als de vroegste Turkse viltrestanten worden beschouwd.
Op de Hittitische reliëfs van Boğazköy en Yazılıkaya uit de 13e eeuw v. Chr. zijn afbeeldingen te zien met hoeden en kleding die aan vilt doen denken. Ook in andere delen van Azië zijn bijzondere archeologische vondsten gedaan van vroege vilttoepassingen.
In de landelijke gebieden van Centraal-Azië was vilt een veel gebruikt en gewaardeerd product. Het was namelijk warm, waterafstotend en sterk en bood nomadische stammen bescherming tegen extreme winters. Ruimvallende mantels, bekend als kepenek, waren typische herderskleding in landelijk Turkije.

Kepenek
Kepenek als 'slaapzak'
Kepenek als slaapzak, man kruipt eruit
Kepenek als slaapzak, man is eruit

Inmiddels is de kepenek een curiositeit aan het worden. Synthetische en katoenen kleding hebben zijn rol over genomen. Toch is de kepenek één van de weinige producten die door viltmakers in dorpen nog steeds volgens eeuwenoude traditie gemaakt worden.

Viltmakerijen
In Afyon is er nog steeds een straatje met viltmakerijen, waar nog op traditionele wijze gewerkt wordt. In het late voorjaar en in hartje zomer worden de schapen geschoren. De wol wordt vervolgens gereinigd en op kleur en kwaliteit gesorteerd. De wolvezels worden daarna gekaard, een voorbewerking waardoor de vezels in dezelfde richting komen te liggen. Traditioneel gebeurde dat door met stokken op de wol te slaan, tegenwoordig gebeurt het vaak machinaal. Bij de techniek van vilten is kaarden in welke vorm dan ook onontbeerlijk.
Kaarden wol met stok 1
Kaarden wol met stok 2
Kaarden wol met stok 3
Het principe van vilten

Een wolvezel bestaat uit een kern met daaromheen 3 lagen. De buitenste laag is de hoornachtige laag met microscopisch kleine schubjes. In droge toestand bevindt zich relatief veel lucht tussen de vezels en is er weinig contact tussen de vezels onderling. Als wol nat wordt gemaakt, verdrijft het water de lucht en komen de vezels dicht op elkaar te liggen. Wanneer de vezels ten opzichte van elkaar bewogen worden, grijpen de schubjes van de verschillende wolvezels in elkaar waardoor ze hechten.

Het hechten

In een viltwerkplaats worden de pluizige wolvezels na het kaarden in een laag van 30 - 40 cm dikte uitgespreid op een gevlochten rieten mat. De zachte laag wol wordt besprenkeld met water, opgerold in de rieten mat en strak vastgebonden. Dan begint het hechtingsproces. Een half uur lang rollen 2 à 3 mannen de opgerolde mat van de ene naar de andere kant van de werkplaats, terwijl ze met hun voeten en handen druk uitoefenen, zodat de wolvezels zich aan elkaar hechten.

Het vollen

Na het hechten ziet het product er al uit als het uiteindelijke vilt, maar het mist nog de sterkte. Het materiaal moet nog gevold worden. Dat is een proces, waarbij het vilt krimpt en voller, d.w.z. dichter van structuur wordt. Zo ontstaat een stug en waterafstotend weefsel. Er worden water en zeep over het vilt gesprenkeld, waarna er traditioneel opnieuw stevig op los geslagen wordt. Ook dat proces is tegenwoordig veelal gemechaniseerd met volmachines. Toch wordt er ook nu nog hier en daar handmatig gevold in hamams, waar de luchtvochtigheid en hoge temperatuur bijdragen om een topkwaliteit vilt leveren.

Viltmeester Mehmet Girgiç

Turkije kent een aantal gespecialiseerde viltmeesters, in Konya, Izmir, Afyon, Balikesir, Şanlıurfa en Erzurum en Kars. Mehmet Girgiç uit Konya is door UNESCO en het Turks Ministerie van Cultuur en Toerisme onderscheiden als Levend Menselijk Erfgoed vanwege zijn belang voor en meesterschap in het maken van vilt, een traditie van generaties in zijn familie. Bij is daarmee één van 7 personen in Turkije die deze eer te beurt is gevallen. Mehmet is o.a. gespecialiseerd in het maken van sikkes, de naadloze vilten Derwisjhoeden, een kunst die bij als 13-jarig jongetje leerde van zijn grootvader.

Het maken van een sikke 1
Het maken van een sikke 2
Het maken van een sikke 3
Sikke

Ik heb het genoegen gehad persoonlijk met hem kennis te maken in de korte periode dat hij en zijn partner Theresa May O’Brien in Dalyan werkzaam waren. In veel opzichten een bijzondere man! Samen met Theresa heeft Mehmet in Şanlıurfa gratis vilt workshops gegeven voor vluchtelingen, zodat ze een centje bij kunnen verdienen met het maken van vilten dassen, mutsen en wanten. Daarnaast hebben de vrouwen geleerd hoe ze met kleine stukjes vilt van verschillende kleur Zeugma mozaïeken na kunnen maken voor verkoop aan toeristen.

Maria Jonker

Voor onze emigratie naar Turkije in 2009 was ik werkzaam als docente Engels en leerstofontwikkelaar. Turkije was al lang ons favoriete vakantieland vanwege de rijke cultuur en natuur en de warme gastvrijheid van de Turkse bevolking. In Turkije ben ik actief als schrijfster en combineer dat, als voorheen, met fotograferen en filmen. Met onze vrijwilligersgroep DALYANLI Riverbums draag ik mijn steentje bij aan het behoud van natuur en milieu in Nationaal Landschap Köyceğiz-Dalyan.

Maria Jonker
Een aanrader om te lezen?
Zegt het voort!
>