Architectuur in Turkije

Turkije kent een rijke geschiedenis en die vertaalt zich terug in een al even rijke architectuur waarin de invloeden van oost en west terug te vinden zijn. Als het in economisch opzicht goed gaat met een land, wordt er meer en met kwalitatief betere materialen gebouwd. Het is dus niet verwonderlijk dat je in Turkije vele prachtige, (nagenoeg) intacte bouwwerken vindt uit de tijd van het Sultanaat van Rûm en het Ottomaanse Rijk bijvoorbeeld.

De architectuur van de Seltsjoeken
De van oorsprong nomadische Seltsjoeken leefden in koepelvormige tenten in Centraal-Azië. Toen zij in de elfde eeuw in het gebied rond de Perzische Golf hun rijk vestigden, combineerden zij de lokale architectuur met koepelvormige structuren. Zo bouwde men graftomben, moskeeën en madrassa’s in een geheel nieuwe stijl.
Je had grofweg twee soorten graftomben: achthoekige tomben met een koepel en de meer monumentale graftomben waarbij muqarna’s in nissen in de muren zijn verwerkt. Ook deze graftomben hadden doorgaans één of twee koepels.

Muqarnas worden ook wel honingraatgewelven genoemd. Het zijn driedimensionale geometrische vormen die wel wat weghebben van stalactieten. Ze worden daarom ook weleens stalactietgewelven genoemd.

Pilaar met muqarnas
Muqarnas

De madrassa’s – scholen – en ook de moskeeën werden volgens een nieuw plan gebouwd: een binnenplaats omsloten door vier iwans.

Een iwan is een hoge overdekte toegangspoort, een soort portiek, aan drie zijden dicht en aan een kant open. 

Iwan

Een ander nieuw type moskee was de zogenoemde kiosk-moskee. 

Kiosk moskee

De kiosk moskee heeft drie open zijkanten met een koepel die op pilaren gesteund wordt. Eén zijde is gesloten en bevat de gebedsnis in de richting van Mekka. 

Veel bouwwerken in het Grote Seltsjoekenrijk zijn door aardbevingen en aanvallen van de Mongoolse stammen vernietigd.

Architectuur in het Sultanaat van Rûm

In Anatolië zijn veel meer bouwwerken van de Seltsjoeken bewaard gebleven. Je vindt hier vergelijkbare graftombes, madrassa’s en moskeeën als in de landen rond de Perzische Golf, maar er zijn wel enkele verschillen. In het Grote Seltsjoekenrijk werd gebouwd met stenen die gebakken waren van klei, terwijl in het Sultanaat van Rûm voornamelijk met echte steen werd gebouwd. Voor de minaretten van de moskeeën werden meestal wel bakstenen gebruikt.
Omdat de Seltsjoeken in het Sultanaat van Rûm gebruikmaakten van architecten en timmerlieden van Armeense afkomst, is ook de Armeense stijl terug te vinden in de bouwwerken uit die tijd. Een voorbeeld daarvan zijn de karavanserais. Deze zijn eenvoudig van opzet met veel horizontale houten elementen. De muren zijn vaak met natuursteen bekleed. De grote blikvangers zijn de poorten die rijkelijk versierd zijn, veelal met muqarna’s in ingewikkelde patronen.
Een ander verschil met de bouwwerken uit het Grote Seltsjoekenrijk is dat de binnenplaatsen van veel madrassa’s en moskeeën werden overdekt, ter bescherming tegen regen en sneeuw.

Karavanserai
Architectuur in het Ottomaanse Rijk

In de veertiende en vijftiende eeuw ontstond vanuit Bursa en Edirne (de laatste hoofdstad van het Ottomaanse Rijk voor Istanbul de hoofdstad werd) een nieuwe architectonische stijl. Het is een typische mengeling van Seltsjoekse, Byzantijnse, Armeense en Arabische en andere islamitische stijlen. De Ottomanen ontwikkelden een hoogstaande architectuur die vooral tot uiting kwam in de bouw van ongeëvenaard mooie moskeeën. Waren het voorheen vooral eenvoudige gebouwen die rijkelijk waren versierd, de nieuwe moskeeën waren architectonische hoogstandjes. De Ottomanen beheersten de techniek om visueel luchtige gebouwen te creëren met zware materialen en constructies als koepels in alle soorten en maten.
De gebouwen uit die tijd hebben een perfect evenwicht tussen binnen- en buitenkant en gaan harmonieus samen met hun omgeving. Een ander kenmerk is het spel tussen licht en schaduw waardoor elk afzonderlijk element duidelijk benadrukt wordt.
Dé architect uit de Ottomaanse tijd is Mimar Sinan. Je zou hem de Oosterse evenknie kunnen noemen van Michelangelo.

Mimar Sinan
Late Ottomaanse periode
Vanaf ongeveer 1700 breekt een tijd aan waarin steeds meer invloeden vanuit het buitenland – vooral Frankrijk – in de architectuur zichtbaar worden. Ottomaanse architecten worden naar Frankrijk en andere Europese landen gezonden om inspiratie op te doen en Franse architecten worden uitgenodigd samen te werken met Ottomaanse architecten. Invloeden van barok en rococo – met veel krullen en tierelantijnen – laten zich gelden.
Daarnaast komt er meer aandacht voor het buitenleven en de architectuur daarvan. Parken, pleinen, fonteinen en buitenhuizen verrijzen als decoratieve paddenstoelen uit de rijke Ottomaanse grond.
Fontein van Ahmed III in Istanbul

Fontein van Ahmed III in Istanbul

Traditionele Ottomaanse huizen

De traditionele Ottomaanse woning bestaat in principe uit een woonverdieping in houtskeletbouw die rust op een stenen muur. Die stenen muur volgt het stratenplan en vormt de omheining van een binnenplaats die ruimte biedt aan bijvoorbeeld een koe, gereedschappen en een tuin. De woonverdieping trekt zich van het stratenplan niets aan en heeft de nodige uitspringende delen.
De traditionele Ottomaanse huizen zijn echte familiewoningen met voor elke eenheid een eigen kamer. De kamers zijn sterk gestandaardiseerd met bijvoorbeeld ingebouwde kasten, een vrij middenstuk en lange zitbanken onder het raam. Door er een bed, een weefgetouw, een tafel of een bureau te plaatsen, krijgt de ruimte zijn functie.
De kamers hebben alle een rechthoekige vorm die op verschillende manieren geschakeld kunnen worden. Zo kan de te bouwen woning aangepast worden aan de grootte van de woongroep en de vorm en grootte van het stuk grond. Een stadswoning uit de Ottomaanse tijd is in feite volgens hetzelfde principe gebouwd als een paleis in die tijd, maar dan een stuk kleiner.

Traditionele Ottomaanse huizen
Tuinen en parken

Parken en tuinen refereren volgens de islamitische traditie aan het paradijs, ze hebben een ingetogen, vredige sfeer. Deze paradijstuinen symboliseren de vrede waarnaar het Ottomaanse Rijk streefde. De tuinen rond moskeeën werden nadrukkelijk betrokken bij de moskee, bijvoorbeeld door glasconstructies met zicht op de tuin. Ook het gebruik van hout benadrukte de samenhang met de natuur. Afbeeldingen en inscripties hebben vaak fruit – een vruchtbaarheidssymbool – als onderwerp. Daarnaast vind je in de moskeeën uit deze periode veel inscripties die te maken hebben met genot, zoals muziek en dans en – opvallend genoeg – het drinken van wijn. Ze houden voor de devote moslim de belofte in dat het paradijs op hen wacht.

Harem in de tuin, schilderij
Architectuur in de twintigste eeuw
Turks neoclassicisme

Het begin van de twintigste eeuw behoort nog bij de Ottomaanse tijd. Deze periode wordt wel de ‘Nationale Architecturale Renaissance’ genoemd. De buitenlandse invloeden werden geweerd en er werd een stijl ontwikkeld die een beroep moest doen op de patriottistische gevoelens van een multi-etnische samenleving. Na de Eerste Wereldoorlog namen de Turkse nationalisten de stijl over, nu om de Turkse identiteit te benadrukken. De stijl kenmerkt zich door een teruggrijpen op de oude Ottomaanse architectuur, maar nu met moderne materialen als beton, staal en glas en gebouwd met nieuwe technieken. Een voorbeeld van deze stijl is de voormalige Sultanahmet gevangenis in Istanbul, nu het hotel Four Seasons Sultanahmet. Ook het oude station van Edirne – waar nu de faculteit kunsten van de Trakya universiteit is gehuisvest – en het eerste parlementsgebouw in Ankara zijn in deze architectonische stijl gebouwd.

Station Edirne

Voormalige station van Edirne

Modernisme
Na de oprichting van de Turkse Republiek is er een tekort aan Turkse architecten en er worden architecten uit Europa aangetrokken, met name uit Duitsland en Oostenrijk. Deze architecten richtten zich op de opbouw van Ankara als nieuwe hoofdstad, maar ook in Istanbul en Izmir werden gebouwen opgetrokken in Art Deco- en Bauhausstijl.
Voorbeelden zijn het station van Ankara in Art Decostijl en het Florya Atatürk Marine Gebouw in Bauhausstijl.
Station Ankara van Şekip Akalın

Station Ankara van Şekip Akalın

Florya Atatürk Marine Mansion van Seyfi Arkan

Florya Atatürk Marine Mansion van Seyfi Arkan

Tweede Nationale Architecturale Renaissance

In de jaren veertig van de twintigste eeuw ontstaat er een opleving van het Turkse neoclassicisme. De Italiaanse Fascistische architectuur en de Nazi architectuur in Duitsland vormen de inspiratiebron. Overheidsgebouwen worden ontworpen om de macht en autoriteit van een sterke staat uit te stralen. Grote gebouwen met hoge ramen en hoge plafonds verrijzen in de hoofdstad en andere steden. Het zijn bouwwerken met weinig ornamenten, met rechthoekige vormen en vaak een strakke symmetrie.
Een voorbeeld is het hoofdkantoor van de Turkse Spoorwegen in Ankara.

Hoofdkantoor Turkse Spoorwegen in Ankara

Hoofdkantoor Turkse Spoorwegen in Ankara

Architectuur in de moderne tijd

Door gebrek aan financiële middelen en technologie gebeurde er in de tweede helft van de twintigste eeuw niet zo veel op het gebied van de architectuur. Pas in de jaren tachtig, toen Turkije zich sterk ging richten op de export, kreeg de bouw een nieuwe impuls. Er werd meer gewerkt met prefab en het gebruik van onder andere kunststof en aluminium maakte dat architecten de rigide vormen los konden laten én verder de hoogte in konden gaan met hun ontwerpen. Enorme kantoorgebouwen bepalen sindsdien de skyline van menige Turkse stad.

Televisie- en radiotoren Istanbul

Televisie- en radiotoren Istanbul

Meer lezen van Klaske Kassenberg?


>