Sagalassos, antieke stad in de Burdurvallei

In dit laatste deel van de archeologische reeks kijken we naar de zogenoemde Burdurvlakte waar zich tal van antieke sites bevinden. De belangrijkste antieke stad in de regio is Sagalassos. Sagalassos is gedurende een zeer lange periode door verschillende stammen en volkeren bewoond geweest. De eerste menselijke activiteit vond hier 12.000 jaar geleden plaats en de stad Sagalassos werd ongeveer 700 jaar geleden pas verlaten. De meeste restanten stammen uit de Romeinse tijd. Sagalassos ligt in het noorden van de provincie Burdur, tegen de grens met Isparta.

Kaart Burdurvlakte


Burdurvlakte, copyright Sagalassos Archaeological Research Project

Waarom juist hier?

Dat Sagalassos zolang bewoond is geweest, zegt iets over deze plek: het was beslist een goede keuze. En wel om verschillende redenen:

  • Het ligt tegen een steile berghelling en hoefde daarom maar aan één kant ommuurd te worden om een afgesloten en veilig systeem te vormen. Heel vroeger was dit nog niet zo belangrijk, maar naarmate de mens zich ontwikkelde en eigendommen vergaarde, werd dit een steeds belangrijker punt.
  • De vallei was vruchtbaar en om de grond optimaal te kunnen gebruiken, koos men voor een hoger gelegen woonplek. In dit geval dus extra hoog omdat men zich daar beter kon verdedigen.
  • Het lag aan een doorgang voor karavanen vanuit Konya naar Antalya en omgekeerd.
  • Er was – en is – volop water. Dit was misschien wel het belangrijkste punt. Sagalassos ligt op de zuidflank van het Ağlasun gebergte. De top bestaat uit kalksteen, dat water doorlatend is. Ter hoogte van Sagalassos ligt een dikke laag ondoordringbare klei. Als het regent of als de sneeuw smelt, dringt het water de kalksteen binnen tot het op de klei stuit, waarna het naar buiten wordt geperst. Er zijn in en rond Sagalassos zo’n vijftig natuurlijke bronnen en ook de vallei is zeer waterrijk.

De vele bewoners, een kort overzicht

Bij de opsomming hieronder moet je niet vergeten dat de bestaande bevolking zich steeds in meer of mindere mate met de nieuwe bezetters mengde. De divers culturen beïnvloedden elkaar.

  • Oude steentijd (voor 6500 VOT): In de hele regio vind je ophogingen waar kleine – tijdelijke – nederzettingen voor jagers-verzamelaars hebben bestaan. Veel vondsten zijn er niet uit deze periode, ze bestaan uit bewerkte stukken steen en scherven van aardewerken potten.
  • In de late steentijd en vroege kopertijd (6500 tot 5500 VOT): Antieke sites in de vruchtbare valleien. Hieruit valt af te leiden dat men begon met het bedrijven van landbouw en veeteelt.Uit de periode die hierop volgt, zijn tot op heden geen restanten gevonden, wel uit de late kopertijd en vroege bronstijd (4200 tot 2000 VOT). De vondsten uit deze periode wijzen op het ontstaan van dicht bij elkaar liggende nederzettingen.
  • In de 14e eeuw VOT ontstond op de plek van het latere Sagalassos een stad die werd bestuurd door de Hettieten, Salawassa. De stad wordt vermeld in brieven van de Hettitische koning Hattusili I en ook in teksten uit de handelskolonie Kanesh, Kültepe, dan als Salahsuwa.
  • Na de Hettieten nemen de Phrygiërs en later de Lydiërs de stad over.
  • Vervolgens veroveren in 546 VOT de Perzen de stad die er ruim twee eeuwen blijven. In het jaar 333 VOT wordt de stad – die dan Sagalassos genoemd wordt – door de Macedonische Alexander de Grote veroverd. Het is dan een van de welvarendste steden uit de regio. 
  • Er volgt een tijd waarin verschillende volkeren hun invloeden laten gelden.
  • In 25 VOT neemt de Romeinse keizer Augustus de stad in bezit. Een lange periode onder Romeins gezag volgt en Sagalassos wordt ten tijde van keizer Hadrianus 'eerste stad van Pisidië, vriend en bondgenote van de Romeinen'.  Dit betekende dat er voortaan keizerlijke evenementen plaatsvonden en dat de stad dan duizenden pelgrims moest kunnen huisvesten.
  • In de zesde eeuw neemt de rijkdom van de stad duidelijk af en in de dertiende eeuw ten slotte, wordt de regio ingelijfd bij het rijk van de Seltsjoeken.

Scherven brengen... duidelijkheid

Aardewerk is misschien wel het meest gebruikte goed in het menselijk bestaan. Kruiken om bijvoorbeeld olie in te bewaren en te vervoeren, potten om mee te koken, kannen om vloeistoffen uit te schenken, bekers om uit te drinken, dit zijn zomaar een paar voorbeelden van de gebruiksmogelijkheden van aardewerk. En dat al duizenden jaren. Bovendien kan aardewerk wel kapot gaan, maar het verdwijnt niet zomaar. Je kunt je dan ook makkelijk voorstellen dat door archeologen heel wat scherven en andere fragmenten van aardewerk worden gevonden. Elke cultuur en elke tijd kende zijn eigen specifieke aardewerk. Het werd bijvoorbeeld gemaakt van een bepaalde kleisoort of gemaakt volgens een speciaal procedé of versierd met kenmerkende motieven. Scherven kunnen daarom veel duidelijkheid verschaffen over de makers en gebruikers van het aardewerk en daarom ook over andere artefacten die in hetzelfde gebied en dezelfde aardlaag gevonden zijn.

In de Burdurvlakte zijn heel wat scherven gevonden. In 2010 werd een veld ontdekt met duizenden aardewerkfragmenten. Ze dateren uit een lange tijdspanne, van het vierde millennium VOT tot de 18e eeuw NOT. Meer dan duizend van deze scherven zijn diagnostisch. Diagnostische scherven zijn scherven waaraan je kunt zien van wat voor voorwerp de scherf afkomstig is. Bij de gevonden scherven zaten belangrijke vondsten waardoor het mogelijk was de opvolgende perioden van bewoning sluitend te krijgen.

Scherven uit de vroege ijzertijd, 900 - 700 VOT

Scherven uit de vroege ijzertijd, 900 - 700 VOT, copyright Sagalassos Archaeological Research Project 

Het komt ook voor dat er aardewerk gevonden wordt dat elders gemaakt is. Zo is er in Egypte en Griekenland bijvoorbeeld aardewerk uit Sagalassos gevonden. Hieruit kun je concluderen dat er handel gedreven werd en dat het maken van aardewerk een manier was om geld te verdienen, het werd niet alleen voor eigen gebruik gemaakt. Vooral het aardewerk dat tijdens de Romeinse tijd in Sagalassos werd gemaakt – het zogenoemde Sagalassos Red Slip Ware – is eeuwenlang populair geweest in grote delen rond de Middellandse Zee.

Aardewerk Sagalassos Red Slip Ware

Sagalassos Red Slip Ware, copyright Sagalassos Archaeological Research Project 

Gesteente

De meeste beelden, pilaren, fonteinen en mozaïeken die in Sagalassos zijn gevonden, zijn gemaakt van gesteente uit de directe omgeving. Half gekristalliseerd kalksteen uit de buurt van het huidige Burdur bijvoorbeeld. Dit gesteente lijkt veel op marmer. Ook zandsteen en tufsteen komen uit de buurt. Voor prestigieuze projecten werd marmer uit andere regio’s gehaald. Er is vooral veel marmer uit de antieke groeven van Dokimeion in Afyon gebruikt. Daarnaast kwam er alabaster uit Pamukkale (Hierapolis) en grijsgespikkeld marmer uit de omgeving van Efeze. Dit gesteente werd via de Meandervallei vervoerd op grote wagens of op sleden die door runderen werden getrokken.

Rond het jaar 120 schonk keizer Hadrianus verschillende soorten gekleurd marmer en graniet voor de bouw van de Keizerlijke Thermen. Deze gesteenten kwamen uit Griekenland en werden waarschijnlijk per schip naar Efeze vervoerd en vervolgens via de Meandervallei – met logistieke steun van de keizerlijke administratie – naar Sagalassos gebracht. Dergelijk vervoer was een dure aangelegenheid en het werd dan ook niet vaak gedaan. Voor kleinere tegels en mozaïeksteentjes werden wel tal van exotische marmers uit Griekenland, Egypte en Noord Afrika ingevoerd, maar dan als kleine restanten van bouwprojecten in Pamfylië dat ten zuiden van de Burdurvallei lag. Grote stukken konden Sagalassos via deze weg niet bereiken omdat de bergpas ten noorden van Antalya te steil was.

Als de blokken steen eenmaal in Sagalassos waren aangekomen, werden ze bewerkt en met behulp van takels en touwen op hun plaats gezet.

De antieke site Sagalassos

Zoals gezegd, zijn de meeste overblijfselen die je nu in Sagalassos kunt zien, afkomstig uit de Romeinse tijd. Vooral in de tijd van keizer Hadrianus werd er veel gebouwd. Dit had te maken met de status van 'Eerste stad van Pisidië' en de keizerlijke vieringen en evenementen die er vanaf dat moment plaatsvonden. De Keizerlijke Thermen, de tempel van Apollo, de Neon Bibliotheek en het Hadriaans Nymphaeum of Antonijns Nymphaeum (pronkfontein) werden alle rond 120 gebouwd. 

Antonijns Nymphaeum

Antonijns Nymphaeum

De Neon Bibliotheek werd gebouwd in opdracht van een rijke burger, Titus Flavius Severianus Neon, ter nagedachtenis aan zijn vader. Het lijkt op de beroemde Celsus Bibliotheek uit Efeze, die enkele jaren eerder gebouwd is. De bibliotheek heeft een mozaïekvloer. In het midden bevat het een mythologische tafereel waarin de Griekse held Achilles afscheid neemt van zijn moeder - de godin Thetis - voor het vertrek naar de Trojaanse oorlog. De bibliotheek werd bij rellen aan het einde van de vierde eeuw in brand gestoken en de mozaïekvloer werd vernield.

Neon Bibliotheek

Neon Bibliotheek, copyright Sagalassos Archaeological Research Project 

De Keizerlijke Thermen - met een oppervlakte van minstens 5.000 vierkante meter - werd gebouwd op een natuurlijke heuvel, waarbij gebruik werd gemaakt van de kamers van de oude thermen en nieuwe uitbreidingen. Deze oude thermen zijn de oudste Romeinse thermen die tot nu toe in Romeins Anatolië gevonden zijn. Ze dateren uit het begin van de eerste eeuw (10-30). 

Oude Thermen Sagalassos

Oude Thermen, copyright Sagalassos Archaeological Research Project

Het complex van de Keizerlijke Thermen bestaat uit twee circuits van drie baden; tepidarium (lauw), caldarium (warm) en frigidarium (koud).  Het ene circuit is bedoeld voor de vrouwen (C1 en T1), het andere voor de mannen (C3, T2 en F1). Vanuit de basilica thermarum (F2) - een enorme vestibule- waren de drie baden van elk circuit te bereiken. 

Plattegrond Keizerlijke Thermen

copyright Sagalassos Archaeological Research Project

Andere belangrijke monumenten op de site zijn de erepoort van Claudius en de bron uit de laat-Hellenistische tijd. De erepoort van Claudius was eerder opgedragen aan de voorganger van Claudius, keizer Caligula, die van 37 tot 41 na onze jaartelling regeerde. Caligula was een berucht keizer die bekendstond om zijn vele wandaden. Na zijn dood kregen alle gebouwen die aan hem waren opgedragen om die reden een andere naam en dus ook de poort in Sagalassos.
De laat-Hellenistische bron werd in de eerste eeuw VOT gebouwd. Kenmerkend aan de bron is dat het water werd beschermd door een afdak en borstwering. Het water bleef hierdoor koel en zuiver.

Erepoort van Claudius

Erepoort van Claudius

Laat-Hellenistische bron

Laat-Hellenistische bron

Kaart van Sagalassos met wandelroutes

Kaart van Sagalassos met wandelroutes, copyright Sagalassos Archaeological Research Project 

Het begin van het einde

Rond 500 vond er een eerste grote aardbeving in het gebied plaats. De stad was toen nog welvarend genoeg om veel gebouwen te restaureren, maar toen in 541 en 542 een pestepidemie vele slachtoffers eiste, ging het rap bergafwaarts met de stad. In 590 werd het gebied door een tweede sterke aardbeving getroffen en er vond een herschikking plaats in de kern van de stad. Uit kerkelijke bronnen blijkt dat Sagalassos als bisdom bleef bestaan tot in de dertiende eeuw, toen het fort op de Alexanderheuvel werd vernietigd. Daarna werd de stad nog steeds bewoond, maar je kon niet meer spreken van een stedelijke gemeenschap. Toen het gebied werd ingelijfd bij het rijk van de Seltsjoeken, werd Sagalassos definitief verlaten en vestigde men zich in de valleien. Een ontwikkeling die tot de stad Ağlasun leidde.

Een aanrader om te lezen?
Zegt het voort!

            Advocaat nodig in Waalre - Bladel?


Advocatenkantoor Jacobs
>