Het beleg van Antiochië

De Eerste Kruistocht vond plaats van 1096 tot 1099 en had als doel Jeruzalem op de heidenen te veroveren. Eenmaal in de buurt van Antiochië – het huidige Antakya – besloten de kruisridders eerst deze stad te veroveren. Tenslotte was Antiochië een belangrijke stad voor het christendom. Hier werd de eerste kerk gesticht en het was het vertrekpunt voor de zendingsreizen van Paulus en Barnabas. Het beleg van Antiochië begon op 21 oktober 1097.

Tijdsbeeld

West-Europa

Na de val van het Romeinse Rijk was West-Europa in tal van kleine staatjes uiteengevallen. Grote volksverhuizingen vonden plaats die gepaard gingen met verwoestende plunderingen. Het aantal bewoners was flink geslonken en bovendien waren deze niet in staat gebleken de oude beschaving vast te houden. Alleen de Rooms-Katholieke Kerk had als instituut de val van het Romeinse Rijk overleefd. Was de bisschop van Rome voorheen niet belangrijker geweest dan bijvoorbeeld de bisschop van Keulen, rond het jaar 1000 veranderde dat en kreeg de bisschop van Rome als Paus de leiding over de Kerk. Er ontstond een zekere machtsstrijd tussen de wereldlijke en kerkelijke macht die steeds vaker in het voordeel van de Kerk uitviel.
Tegelijkertijd was het zo dat ridders en andere edelen tijdens de duistere middeleeuwen bepaald geen lieverdjes waren en om hun tijd in het vagevuur te kunnen bekorten, moesten zij boete doen volgens de Kerk. Dat kon bijvoorbeeld door in het klooster te gaan, maar het idee om een heilige oorlog te voeren was een veel aantrekkelijker mogelijkheid. Toen Paus Urbanus II in 1096 met zijn oproep kwam Jeruzalem op de heidenen te veroveren, werd daar massaal gehoor aan gegeven.

Paus Urbanus II roept op tot eerste kruistocht, schilderij Jan Luyken

Paus Urbanus II roept op tot eerste kruistocht, schilderij Jan Luyken

Midden-Oosten

In politiek en religieus opzicht was het Midden-Oosten sterk verdeeld. Er waren allerlei groepen die met elkaar streden. Zo had je een Abbasidische kalief in Bagdad en een Fatimidische kalief in Cairo die beiden claimden dat ze het leiderschap over de moslims hadden. In praktijk echter werden de grotere steden geregeerd door onafhankelijke Turkse of Arabische heersers. Antiochië was bijvoorbeeld in handen van de Turkse Seltsjoeken.
Door die verdeeldheid en onderlinge strijd duurde het een hele tijd voor er een antwoord kwam op de veroveringen door de kruisridders. Pas in de twaalfde eeuw werd het idee van een heilige oorlog door de moslims uitgewerkt om Jeruzalem op de kruisvaarders te heroveren.

Het beleg van Antiochië

Aan het einde van de zomer van 1097 was een grote groep kruisvaarders ten noorden van Antiochië aangekomen. Een deel van hen trok in oostelijke richting om er de graafschap Edessa op te richten terwijl de rest naar Jeruzalem zou gaan onder leiding van Bohemund I van Tarente. Deze groep besloot echter eerst Antiochië te veroveren. Omdat het een sterke vestingstad was met zo’n 400 torens, was het onmogelijk de stad aan te vallen en daarom koos Bohemund op 21 oktober 1097 voor een beleg van de stad.

Beleg van Antiochië
Bestorming van Antiochië

Antiochië hield langer stand dan gehoopt en verwacht en al snel kampten de kruisvaarders met ernstige voedseltekorten. Daarom werden expedities georganiseerd om voedsel te bemachtigen.
Tijdens zo’n expeditie stuitten de kruisvaarders op een leger vanuit Damascus dat Antiochië wilde ontzetten. De veldslag die volgde, werd nipt door de kruisvaarders gewonnen. Korte tijd later volgde een veldslag met een ontzettingsleger vanuit Aleppo. Ook dat leger werd verslagen.
Inmiddels was de situatie in het kamp van de kruisridders steeds verder verslechterd. Toen men hoorde van een derde ontzettingsleger dat onderweg was, besloot men op 3 juni 1098 met de hulp van een omgekochte Armeense poortwachter, Antiochië binnen te vallen.

Tussen twee vuren

Er vond een massaslachting onder de burgerbevolking van Antiochië plaats, maar het lukte nog niet om ook de Seltsjoekse machthebbers te verslaan. Van buitenaf kwam nu het ontzettingsleger vanuit Mosoel, zodat de kruisvaarders tussen twee kampen zaten opgesloten.

Eindelijk, de verovering van Antiochië

In deze onmogelijke situatie kreeg een monnik – ene Peter Bartholomeus – een visioen. Hierin werd hem gezegd dat zich in de stad de Heilige Lans bevond, de lans waarmee Christus na zijn dood in de zij was gestoken. In eerste instantie werd de lans niet gevonden. Maar Peter ging ook zelf aan het zoeken en graven in de kathedraal van Sint Pieter en vond de lans.

Vondst van de Heilige Lans

De vondst krikte het moreel van de kruisvaarders flink op. Bohemund en de zijnen trokken eropuit en versloegen het leger uit Mosoel. Toen de Seltsjoeken in de stad zagen dat het ontzettingsleger verslagen was, gaven zij zich over.

Verovering van Antiochië

Bohemund stelde zichzelf aan het hoofd van Antiochië en daarmee was de eerste kruisvaarderstaat, het Prinsdom van Antiochië, een feit. Nadat er versterkingen uit Europa waren gekomen, bleef Bohemund achter in Antiochië, de overige kruisvaarders trokken naar Jeruzalem dat in 1099 werd veroverd.

Een aanrader om te lezen?
Zegt het voort!

            Advocaat nodig in Waalre - Bladel?


Advocatenkantoor Jacobs
>