Kültepe

Tijdlijn editie drie

De vroege bronstijd

De neolithische periode – ook wel nieuwe steentijd genoemd – werd door de ontdekking van brons opgevolgd door de bronstijd. Brons is een legering van koper en tin. Tegenwoordig is de verhouding ongeveer 90% koper en 10% tin maar in de oudheid kon de samenstelling sterk variëren. Het werd voor het eerst gebruikt in de omgeving van Mersin, rond 3200 voor het begin van onze jaartelling. Heel geleidelijk werd brons ook in Europa gebruikt en dat verklaart waarom de bronstijd in Turkije rond 3300 voor onze jaartelling – VOT – begint en in bijvoorbeeld Nederland 1400 jaar later.

Al in 6900 VOT werd er in Turkije koper gewonnen en gebruikt voor het vervaardigen van onder andere priemen en kralen. Koper werd toen nog in koude staat door middel van hameren in de gewenste vorm gebracht. Rond 5500 VOT werd de techniek van het smelten en gieten in mallen ontwikkeld. Toch werd koper niet grootschalig toegepast omdat het materiaal relatief zacht is. Voor wapens en werktuigen bleef steen de belangrijkste grondstof.

Koper was nooit helemaal zuiver: het bevatte altijd sporen van andere elementen zoals zilver, ijzer, arseen, bismut of lood. De smeden moeten al snel in de gaten hebben gehad dat deze elementen verschillende eigenschappen aan het koper gaven. Zo maakt lood het koper zachter en bismut maakt koper bros. Arseen maakt koper harder en duurzamer maar de giftige dampen die vrijkomen bij het verhitten, zullen menig slachtoffer geëist hebben!
Smeden zullen ongetwijfeld geëxperimenteerd hebben met het toevoegen van verschillende elementen en het is aannemelijk dat op deze manier het brons is uitgevonden. Tin maakt dat koper een stuk harder wordt en minder krimpt bij afkoeling. Bovendien verlaagt tin het smeltpunt van koper en verhoogt het de vloeibaarheid van gesmolten koper. Vanaf het moment dat brons was uitgevonden, konden wapens en allerlei werktuigen en gebruiksvoorwerpen van metaal gemaakt worden en dat was een enorme vooruitgang ten opzichte van het gebruik van steen.

De handel in koper en tin

Belangrijke koperwingebieden waren Cyprus en het Zwarte Zee gebied. Tin komt van nature niet voor in Anatolië en daardoor was men voor de vervaardiging van brons afhankelijk van andere landen en volkeren. Rond 2000 VOT was de handel in tin vrijwel geheel in handen van de Assyriërs, een rijk met als hoofdstad het aan de Tigris (in het huidige Irak) gelegen Assur.

Anatolië bestond in die tijd uit verschillende grote en kleinere koninkrijken en de Assyriërs hadden met elk van deze rijken afspraken gemaakt die o.a. te maken hadden met de veiligheid van de handelaren, het monopolie op de handel in tin en textiel, belastingen en tolheffingen. De Assyriërs stichtten in zo’n veertig plaatsen in Anatolië hun handelskolonies. Zij verhandelden voornamelijk tin en textiel (gemaakt van wol) dat in Assur door de vrouwen vervaardigd werd. Het werd verkocht tegen zilver, goud en koper. Vooral zilver deed dienst als betaalmiddel. Mensen en instanties werden voor hun diensten betaald: voor overnachtingsplaatsen, tol, eten en drinken, belastingen. En natuurlijk werd er van het zilver weer tin en textiel in Assur gekocht om in Anatolië te verkopen.

Kültepe bestaat uit de antieke stad Kanesh en de daarbij gelegen handelsnederzetting, de zogenoemde karum.

De archeologische vindplaats Kültepe

Ongeveer 20 kilometer ten noorden van de stad Kayseri ligt een belangrijke archeologische vindplaats uit de bronstijd: Kültepe. Kültepe – wat Asheuvel betekent vanwege het grauwe stuifzand dat er ligt – bestaat uit de stad Kanesh (Turks: Kaniş) plus een naastgelegen handelsnederzetting, de ‘karum’. Deze karum is de belangrijkste handelskolonie van de Assyriërs geweest, van hieruit werden de andere handelskolonies aangestuurd.

Kültepe is vooral bekend vanwege de enorme hoeveelheden kleitabletten – tot nu toe zo'n 25.000 stuks – die er gevonden zijn. Deze kleitabletten markeren het startpunt van de gedocumenteerde Anatolische beschaving en daarmee het einde van de prehistorie in Anatolië.

De ontdekking van Kültepe

In 1881 publiceerde iemand van het British Museum in Londen een artikel over een kleitablet met cuneiform schrift (spijkerschrift). Het kleitablet was in Istanbul op een antiekmarkt gekocht maar kwam uit Cappadocië. In het artikel verwees de schrijver naar een soortgelijk tablet dat bewaard werd in de Bibliothèque Nationale in Parijs en noemde beide 'Cappadocische Tabletten' omdat ze afweken van de tot dan gevonden tabletten uit Mesopotamië. Er doken meer van deze kleitabletten op in Europa en onderzoek wees uit dat ze allen afkomstig waren uit Kayseri.

In 1893-94 ging de Franse archeoloog Chante op onderzoek uit in Anatolië. Hoewel zijn vermoeden dat Kültepe de vindplaats van de eerdere tabletten moest zijn, juist was, vond hij geen enkel kleitablet en ook latere pogingen van verschillende andere archeologen waren vruchteloos. In 1925 werd opnieuw een zoektocht ondernomen, deze keer door een Tsjechoslowaakse expeditie. In eerste instantie vonden ook zij niets anders dan wat stenen op een heuvel, tot één van de medewerkers suggereerde dat de tabletten niet op de heuvel maar in het omliggende lagere gebied gezocht moesten worden. En die keer was het raak; er werden kleitabletten in kruiken en terracotta kisten gevonden. In totaal werden een kleine duizend tabletten gevonden waarvan een deel naar het museum in Istanbul ging en de rest naar Tsjechoslowakije voor onderzoek. Uit dat onderzoek werd duidelijk dat Kültepe het oude Kanesh was.

Het zou nog tot 1948 duren voor er opnieuw begonnen werd met de opgravingen. Helaas was in de tussenliggende jaren veel vernield door schatzoekers en de lokale bevolking die de vruchtbare grond van Kültepe had verplaatst naar hun eigen grond, waarbij in de weg liggende stenen op een berg gegooid waren…

Kanesh

Kanesh ligt op een 20 meter hoge, cirkelvormige heuvel met een diameter van ongeveer 550 meter. Uit de vroege bronstijd zijn o.a. kruiken en potten, rolzegels en metalen voorwerpen gevonden. Ook liggen er de restanten van het grootste paleis ter wereld: het Warshama Paleis. Het paleis moet maar liefst 100 bij 110 meter groot zijn geweest en gezien de dikte van de muren en het gebruik van houten pijlers, telde het paleis zeer waarschijnlijk twee verdiepingen.

Kanesh
Rolzegel
Schenkkan

Van nog twee andere paleizen zijn de overblijfselen gevonden. Deze paleizen met hun omringende gebouwen deden niet alleen dienst als woonplaats van de koning maar ook als veilige opslagplaats voor de goederen van de Assyrische kooplieden en de plaatsen waar de juridische en administratieve procedures werden afgewikkeld.

Kanesh is tot in de Romeinse tijd door diverse volkeren bewoond geweest.

De karum

Het handelscentrum, de karum, ligt naast Kanesh en blijkt uit de nu voorhanden zijnde gegevens 2 km in doorsnee te zijn geweest. De karum is slechts 250 jaar bewoond geweest. Uit de eerste periode zijn geen geschreven teksten gevonden. De eerste beschreven kleitabletten zijn 1927 VOT gedateerd en dit jaartal wordt beschouwd als het eerste jaar waarin de Assyrische kooplieden zich in de karum vestigden. Voor die tijd moet er ook al sprake van handel geweest zijn maar het lijkt erop dat het toen om bezoekende karavanen van handelslieden ging die slechts korte tijd in de stad verbleven. De vestiging van min of meer permanent verblijvende Assyrische koopleden betekende een enorme ommekeer. Het verblijf in de karum bood de Assyriërs veel voordelen en zij konden hun activiteiten flink uitbreiden. Dit kon natuurlijk alleen als het samenleven met de lokale bevolking goed georganiseerd was. Daartoe werden er regels ter bescherming en beveiliging van de groep buitenlanders gecreëerd, en er werden zelfs regels opgesteld die het mogelijk maakten dat Assyrische kooplieden konden trouwen met een Anatolische vrouw en met haar een gezin konden stichten terwijl zij in het thuisland Assur ook een gezin hadden.

De karum

Natuurlijk namen de Anatoliërs delen van de Assyrische cultuur over maar zij gaven er een eigen karakter aan zodat een geheel unieke stijl ontstond. Zo zijn er rolzegels met jacht- en oorlogstaferelen gevonden, onderwerpen die bij de Assyriërs niet op de rolzegels voorkwamen. Veel van deze vernieuwde Anatolische stijl is later terug te zien in de cultuur van de Hittieten.

In 1836 VOT brak er een grote brand uit waarbij zulke hoge temperaturen bereikt werden dat leem en steen verglaasden en muren instortten. Zulke hoge temperaturen kunnen alleen bereikt worden als er voldoende zuurstof aanwezig is en daaruit kan geconcludeerd worden dat op de dag dat de brand uitbrak, het moet hebben gewaaid én licht geregend of gemist. Het water in regen en mist zijn namelijk goede zuurstofbronnen.
Enkele jaren na de brand was de karum weer bewoond en dit duurde tot 1719 VOT toen de karum opnieuw door brand werd verwoest.

Waarschijnlijk is er lange tijd niets met de verlaten karum gedaan maar in een latere periode is een deel gebruikt als landbouwgrond terwijl een ander deel gebruikt werd als begraafplaats.

De kleitabletten

Ongeveer 5000 jaar geleden waren het Assyrisch en het Babylonisch in het internationale verkeer net zo belangrijk als later het Latijn en tegenwoordig het Engels. De Anatoliërs kenden nog geen eigen schrift en begonnen het spijkerschrift van de Assyrische kooplieden over te nemen. In Kültepe zijn diverse kleitabletten met taal- en rekenlessen gevonden.
De Assyriërs legden alles vast wat met geld te maken had; leveringscontracten en schulden, maar er zijn ook testamenten gevonden en documenten betreffende adoptie en huwelijkscontracten met boeteclausules als één van de beide echtelieden wilde scheiden.
Daarnaast zijn er persoonlijke brieven gevonden - soms zeer emotionele - geschreven door de vrouwen en andere familieleden uit het verre Assur.


Officiële stukken werden in het bijzijn van getuigen opgesteld en daarna werden de tabletten van een tweede kleilaag voorzien, een ‘envelop’, die versierd werd en waarop de korte inhoud van het document werd weergegeven. De envelop werd verzegeld en het geheel werd vervolgens in de archieven bewaard of verstuurd naar Assur.

Kleitablet met envelop

Hoewel de Anatoliërs zich ook van het spijkerschrift bedienden, was hun stijl toch anders, vooral wat betreft het dateren van de documenten. Zo maakten de Anatoliërs slechts gebruik van aanduidingen als ‘wanneer de druiven geplukt worden’ of ‘in de lente’, terwijl de Assyriërs al een systeem van jaar- én weekaanduiding hadden. In Assur, de thuishaven van de Assyriërs, werd ieder jaar een nieuw hoofd van het stadhuis door het lot aangewezen, een zogenoemde limun. In de documenten werd ‘het jaar waarin meneer X limun was’ als datering gebruikt. Ook werkten er klerken die bij toerbeurt een week hoofd van de afdeling waren en door te verwijzen naar de dienstdoende klerk, werden de weken aangeduid.  
Een limun had veel macht; hij ging over de betalingen van belastingen en hij kon mensen die de belastingplicht niet voldeden, uit hun huizen zetten. Het feit dat deze limun na een jaar weer een gewoon man was, zorgde ervoor dat hij naar eer en geweten handelde.

Probleem was natuurlijk om te achterhalen in welke volgorde de limuns hun functies vervulden. In 1994 is de eerste lijst met de namen van 129 van deze functionarissen gevonden, en aan het begin van deze eeuw een tweede. Samen geven ze de namen van ruim 250 limuns. Aan de hand van verwijzingen in de documenten naar belangrijke gebeurtenissen die op basis van andere bronnen al gedateerd waren, konden alle ‘limun-jaren’ van een jaartal voorzien worden en mede daardoor kon er ook een lijst van heersende koningen worden opgemaakt. De periode beslaat 254 jaar: van 1974 tot 1720 VOT.

Religieuze, rituele en gebruiksvoorwerpen

Omdat de karum tot twee keer toe is vernietigd door brand, is Kültepe zo rijk aan vondsten. De bewoners hadden nauwelijks tijd om hun bezittingen bij elkaar te zoeken en de stad te verlaten. De meest waardevolle zaken, zoals goud, zilver en tin, en de belangrijkste persoonlijke documenten zijn vermoedelijk wel meegenomen.

Kanesh was met de bijbehorende karum een zeer welvarende stad. In de huizen zijn veel rijk gedecoreerde voorwerpen gevonden en de aangebrachte ornamenten waren duidelijk bedoeld de handelswaarde te verhogen. Ook zijn er kunstig gevormde rhytons – drinkbekers, vaak in de vorm van een dierenkop – gevonden die bepaald niet praktisch waren om uit te drinken of om uit te schenken en die kennelijk als pronkstukken dienden bij bepaalde (religieuze) rituelen. Datzelfde geldt voor een deel van de gevonden vaten en kannen en deze zijn uniek voor Kanesh. Op geen enkele andere plek in het Nabije Oosten zijn dergelijke rijk geornamenteerde voorwerpen gevonden.

Kruik
Koperen ring
Drinkbekers in de vorm van laarzen

Verder zijn er veel stempels en (rol)zegels, sieraden en religieuze beeldjes gevonden welke gemaakt zijn van diverse materialen zoals brons, (edel)steen, pateel, bergkristal en ivoor.

De beste tijd voor een bezoek aan Kültepe

Het archeologische seizoen in Turkije loopt grofweg van mei tot oktober. In het begin wordt er vooral schoongemaakt: de lagen die het vorige seizoen zijn blootgelegd zijn in de winter weer bedekt geraakt door zand, modder en andere onreinheden. Dit geldt natuurlijk niet voor vindplaatsen die (deels) overdekt zijn, zoals Çatalhöyük. In de zomermaanden wordt Kültepe op de zaterdagen min of meer als een openluchtmuseum aangekleed waarbij mensen uit Kayseri figureren als de oude bewoners van Kültepe. De maand september is voor de archeologen doorgaans de leukste maand: het is niet meer zo heet en er worden relatief veel nieuwe vondsten gedaan. In oktober is de kans op regen groter en op die regenachtige dagen wordt er niet of nauwelijks op de vindplaats gewerkt.

Werkzaamheden bij de karum
Tussen de stenen zoeken naar voorwerpen
Sorteren in kratten
Verder uitsorteren
Kleine vondsten in zakjes
Een gevonden naald
Stempel

De entree tot Kültepe is gratis maar er is veel geld nodig voor al het werk dat gedaan moet worden: een gift is daarom zeer welkom!

Andere handelsnederzettingen in de bronstijd

Uit de kleitabletten heeft men kunnen leren dat er zo’n dertig Assyrische kolonies waren en een tiental kleinere pleisterplaatsen voor de handelaars. Slechts drie van deze veertig nederzettingen zijn tot op heden met zekerheid geïdentificeerd en (deels) opgegraven: Kanesh, Hattusa (het huidige Boğazkale) en Amkuwa (tegenwoordig Alishar). Bij de grote archeologische vindplaatsen Acemhöyük en Konya Karahöyük zijn ook restanten uit de Assyrische tijd gevonden maar de bijbehorende karums zijn nog niet gevonden en men kan niet met zekerheid zeggen wat de namen waren van deze oude handelskolonies. Van Acemhöyük wordt vermoed dat het om het oude Purushanda gaat.
Ongetwijfeld zullen de komende jaren meer Assyrische handelssteden worden blootgelegd. De meeste kans maken de gebieden langs de langste rivier van Turkije: de Kızıl Irmak (Rode Rivier) ook wel aan elkaar geschreven als Kızılırmak.

Er valt dus nog veel te ontdekken in het rijke Anatolië!

Het einde van de bronstijd

Gewoonlijk wordt met de prehistorie die periode bedoeld waaruit geen geschreven bronnen gevonden zijn. In de Nederlanden eindigt de prehistorie pas op het moment dat de Romeinen hun geschreven taal introduceren, rond het begin van onze jaartelling. In Anatolië eindigt de prehistorie echter al in de bronstijd, rond 2000 VOT.
De bronstijd wordt opgevolgd door de ijzertijd. Het begin van de ijzertijd in Anatolië wordt gesteld op 1200 VOT terwijl de ijzertijd in de Nederlanden rond 800 VOT begon.

Een aanrader om te lezen?
Zegt het voort!

            Advocaat nodig in Waalre - Bladel?


Advocatenkantoor Jacobs
>