Isparta


Isparta, een provincie zo groot als de Nederlandse provincies Gelderland en Overijssel samen of de Belgische provincies Oost- en West-Vlaanderen plus Vlaams Brabant bij elkaar. Vanaf Antalya rijd je er met de auto – via een mooie afwisselende tocht in noordelijke richting – in zo’n twee uur naartoe. Bij Isparta horen rozen. En appels, kersen, meren, bossen, koeien en kaas. Nog niet zo heel erg lang geleden is daar ook lavendel bijgekomen. Het grootste deel van de provincie – inclusief de meren – ligt op ongeveer een kilometer boven zeeniveau, de top van de Davraz, de hoogste berg in Isparta, op 2637 meter.

Ismail Efendi en de rozen

Rond het jaar 1870 vestigde zich ene Ismail Efendi uit Yalvaç – in het noorden van de provincie Isparta – in de stad Isparta. Daar zette hij enkele weverijen op en verhandelde stoffen. In 1889 hoorde Ismail over een Bulgaar die in de omgeving van Denizli rozen was gaan verbouwen en er olie uit wist te winnen. Ismail Efendi was nieuwsgierig en begon met de Bulgaar te corresponderen om te leren hoe je rozen kon verbouwen.
 Hij plantte 30 are rozen op grond die droog en weinig vruchtbaar was, maar met veel inspanning en doorzettingsvermogen kreeg hij de rozenstruikjes aan het groeien. Na drie jaar, toen de struiken bijna volwassen waren, sloeg het noodlot in de vorm van een strenge winter toe. Maar Ismail Efendi gaf niet op en probeerde het opnieuw. Toen hij eindelijk de eerste rozenblaadjes kon oogsten, lukte het hem echter niet om er olie uit te winnen. In die tijd begon men te fluisteren dat de arme Ismail Efendi niet meer helemaal goed bij zijn hoofd was. Gek of niet, Ismail stortte zich opnieuw op de rozenteelt nadat hij meer informatie over de oogst en de olieproductie had ingewonnen. Toen het jaar daarop de rozen opnieuw bloeiden, had hij zo’n 100 man – en vrouw – nodig om de blaadjes op het juiste moment te oogsten. En deze keer was hij inderdaad in staat een fijne, delicate rozenolie te produceren. In de jaren erna kreeg zijn bloeiende business navolging van velen uit de omgeving. Het was Mustafa Kemal Atatürk die in 1935 opdracht gaf tot de oprichting van een rozenoliefabriek. Niet lang daarna was de industrialisatie van de rozenolieproductie in Isparta een feit.











De oogst van de rozenblaadjes begint in mei en loopt door tot eind juni. In de hele regio is het mogelijk deel te nemen aan deze oogst en een kijkje te nemen in de fabrieken of een workshop te volgen om handmatig olie te persen. In dezelfde periode kun je ook helpen bij de kersenoogst en een maand later ben je welkom om te assisteren bij de lavendeloogst.


Alleen van de Rosa Damascena Mill – ook wel Damascusroos genoemd – wordt in Isparta olie gewonnen. Dit gebeurt door middel van waterdampdestillatie. Voor een kilo olie is 5.000 kilo aan rozenblaadjes nodig.
De meeste andere rozensoorten zijn niet geschikt voor deze techniek. Goedkope rozenolie wordt met alcohol uit de blaadjes van deze soorten geëxtraheerd, de olie die op zo'n manier wordt verkregen, ruikt veel vlakker dan de gedestilleerde rozenolie.

Meren en bossen

Van het landoppervlak van Isparta bestaat 40% uit bos en heide. Een deel daarvan bevindt zich in de nationale natuurparken Kızıldağ Nationaal Park – bijna 60.000 hectare – en het kleinere Kovada Nationaal Park, dat iets meer dan 6.500 hectare groot is. Beide parken hebben een rijke flora en fauna. In het Kızıldağ park vind je onder andere wolven, vossen, marterachtigen, jakhalzen, adelaars, gieren en andere kleinere roofvogels. In het Kovada park is het iets lieflijker met kleinere roofdieren en je vindt hier bijvoorbeeld ook groepen wilde paarden. In beide parken bestaat de mogelijkheid om te picknicken – op daartoe aangewezen plaatsen – en ook zijn er overnachtingsmogelijkheden en je kunt er kamperen of met de camper staan. In het Kovada Nationaal Park ligt logischerwijze het meer Kovada. Het is een van de kleinere meren van Isparta en heeft een oppervlak van zo’n 40 km2. Het Kızıldağ Nationaal Park ligt ten westen van het Beyşehirmeer dat voor het overgrote deel in de provincie Konya ligt. Een ander interessant nationaalpark is het Yazılı Kanyon Natuurpark. Het 550 hectare grote park ligt rond een kloof. Het was het tweede gebied dat in 1989 als natuurpark in Turkije werd aangewezen. Overnachtingsmogelijkheden zijn er niet in dit park.
Een deel van Turkije's tweede langeafstandswandelpad - het Pauluspad of St. Paul Trail - voert door Isparta. Het is een pittige, maar prachtige, 500 km lange tocht waarlangs  veel restanten uit de Romeinse tijd te vinden zijn.

Het grootste meer dat volledig in Isparta ligt, en dat het op drie na grootste meer van Turkije is, is het meer van Eğirdir. Het heeft een oppervlakte van ruim 480 km2 en wordt gebruikt als bron voor drinkwater. Om die reden zie je hier geen watersportactiviteiten. Er liggen twee eilanden in het meer, beide hebben een vaste oeververbinding. Op het grootste eiland, Yeşil Ada, leefde tot 1923 een kleine, Griekse gemeenschap, de restanten zijn hier nog van te zien. Het eiland trekt in de zomermaanden vele toeristen. Ook op het kleinere Can Ada zijn voorzieningen getroffen om bijvoorbeeld te picknicken. Je kunt er tevens overnachten.


Gölcük mare

Een bijzonder meer is het meer Gölcük. Het is een zogenoemde maar, of mare. Het is ontstaan door een vulkanische – om precies te zijn een freatomagmatische – explosie waarbij de vulkaankrater is ingestort. De kuil die op deze manier is ontstaan, is de maar. Het is niet hetzelfde als een kratermeer, bij het ontstaan daarvan hebben zich voornoemde explosies niet voorgedaan. De bodem van het meer bestaat uit stollingsgesteente waar het water niet in kan wegzakken.

In het Davraz gebergte kun je in de zomermaanden uitstekend wandelen, het maakt deel uit van het Paulus Pad, Turkijes tweede langeafstandspad.  In de winter is de Davraz een echt wintersportgebied. De berg zelf is betrekkelijk kaal, maar de uitzichten zijn zowel zomers als in de winter fenomenaal. De berg ligt op een goeie 25 km vanaf de stad Isparta en in de weekenden vind je hier veel dagjesmensen uit de stad.

Davraz skigebied

Yalvaç

Na stad Isparta is Yalvaç de grootste plaats van de provincie. Eğirdir is de derde stad van de provincie. Yalvaç is om verschillende redenen interessant om te bezoeken. In het centrum vind je enkele smalle straten waar diverse gerestaureerde oude huizen staan. Een van deze huizen is ingericht als museum, andere zijn in gebruik als bed & breakfast en weer andere zijn gemeenschapshuizen waar cursussen gegeven worden. Je krijgt hier een goed beeld van het leven in vroegere tijden. 

Oude woning in Yalvaç als museum ingericht

Yalvaç kent ook een klein historisch museum met vondsten uit het nabijgelegen Antiochië in Pisidië.
Dit Antiochië is van grote betekenis geweest voor het christendom. Het was in deze stad waar de apostel Paulus enkele jaren – samen met Barnabas – als tentenbouwer woonde en werkte en waar hij volgens de bijbel (Handelingen13:14-52) zijn langste preek hield. Die preek hield hij op een sabbat in de joodse synagoge. Velen bekeerden zich, maar er ontstond ook veel tegenstand en op zeker moment zijn Barnabas en Paulus uit de stad verdreven. Later heeft Paulus de stad nog enkele keren bezocht.
Op de plek waar de synagoge stond, is later een kerk gebouwd. Bij de opgravingen vond men een mozaïekvloer met een psalmtekst (psalm 42:4). Overigens zijn de overblijfselen grotendeels weer bedolven om ze te beschermen. Pas als men (veel) verder is met de opgravingen, zullen ook de overblijfselen van de kerk weer geheel zichtbaar zijn. Toch vormt de plek waar de kerk gestaan heeft een waar bedevaartsoord. Het zijn bijzonder genoeg vooral christelijke Japanners die hier elk jaar naartoe komen.

Informatiebord kerk van Paulus

Los van de betekenis voor het christendom is dit Antiochië in Pisidië interessant om eens op je gemakje te bekijken. Het is er lang niet zo druk als de meer bekende – en grotere – archeologische sites als Efeze of Hiërapolis bij Pamukkale. Het kan er zelfs zo rustig zijn dat je er een vos aantreft!




Een aanrader om te lezen?
Zegt het voort!

Riks de Jong - Turkije Specialist


>